Workshop Zelfhypnose

Workshop Zelfhypnose

Zaterdag 25 februari 2017 van 14.00 tot 17.00 uur geef ik in Wormer de Workshop Zelfhypnose.

Wat als je een tool zou hebben waarmee je jezelf kunt ontspannen, angst en stress kunt verkleinen, waar je je intuïtieve en creatieve vermogens mee kan vergroten, je kunt openstellen voor inspiratie, die je kan helpen je doelen te bereiken en waarmee je het zelfgenezend vermogen van je lichaam kan boosten? Deze tool ligt voor jou voor het oprapen en ik heb maar een paar uur nodig om ze jou aan te leren.

Ik heb het over Zelfhypnose, de methode die je inzet om jezelf in een andere staat van bewustzijn te brengen, ook wel trance genoemd. Hypnose stelt jou in staat om als het ware je bewuste, denkende mind wat zachter te zetten. Technisch gezien zet je de volumeknop van je brein naar beneden door de frequentie van je hersengolven omlaag te zetten van Bèta naar Alfa.
.
Kort gezegd breng je jezelf met hypnose van je dagelijkse staat van functioneren naar een staat van ontspanning. In deze ontspannen toestand kun je diverse zaken effectief aanpakken, zoals

* Angsten en stress wegnemen;
* Genezing en pijnbestrijding;
* Doelen bereiken;
* Afvallen, stoppen met roken, stoppen of met een andere verslaving;
* Intuïtie en inspiratie vergroten;
* Inslapen of doorslapen;
* Helpen om keuzes te maken.

Op 25 februari geef ik een workshop waarin ik je een aantal methodes van zelfhypnose aanleer die bewezen effectief zijn gebleken voor de toepassing op bovenstaande gebieden. Ik weet zeker dat je de rest van je leven profijt zult hebben van de technieken die ik je zal aanleren. Ik nodig je dan ook van harte uit en hoop je te zien!

Wanneer? Zaterdag 25 februari 2017 van 14.00 tot 17.00 uur (Nieuwe datum!!)
Waar? De workshop is in Wormer aan het Kalander 29. Er is maximaal plaats voor 10 personen. De thee en biologische lekkernijen staan klaar!
Bijdrage voor deze leerzame middag is slechts € 37,50. Meer info en inschrijven, klik HIER!

Hopelijk tot dan!
Liefs, Tanja

Een kijkje in je toekomst

Een kijkje in je toekomst

Binnenkort geef ik in Wormer deze Groeps-Tijdreis. Een unieke ervaring die je NIET wilt missen!!!

Zelf kijken in jouw toekomst, kan dat? Ja dat kan zeker!

Ik ben getraind en erkend Hypnotherapeut en Tijd-Ruimte-specialist. Dat wil zeggen dat ik door middel van Hypnose (ook wel trance genoemd) mensen in een andere staat van bewustzijn breng. In deze staat heb je toegang tot diepere en andere lagen van jouw Zijn. En als Tijd-Ruimte specialist kan ik jou overal naar toe brengen in trance. Naar je verleden en zelfs naar vorige levens, maar ook naar jouw eventuele toekomst of diverse toekomstige scenario’s. Ik help zelfs mensen naar paralelle tijdlijnen te reizen waar ze kennis maken met heel andere delen van hun eigen Zelf.

En vrijdag 10 maart kun je kennismaken met zowel Hypnose als een Tijdreis en neem ik je mee op reis naar jouw gewenste toekomst. Hier ontmoet je jouw toekomstige zelf. Dit Zelf kan van alles voor je doen om jou te helpen jouw doelen te verwezenlijken.

De avond vindt plaats in de beslotenheid van een kleine groep die ik tijdens een soort geleide hypnotische meditatie zal begeleiden.

Wees welkom, kom het gewoon ervaren en laat je verrassen.

Wanneer? Vrijdag 10 maart 2017 van 19.30 tot 21.00 uur
Waar? De groepssessie is bij mij in Wormer aan het Kalander 29. Er is maximaal plaats voor 12 personen. De thee en biologische lekkernijen staan klaar!
Bijdrage voor deze onvergetelijke reis is slechts 15 euro. Opgeven kan via de event pagina HIER!

 

Liefs, Tanja

Deel 48: Herfstkleuren

Deel 48: Herfstkleuren

Ben je nieuw? Begin dan bij het ijzingewekkende deel 1 HIER.

Deel 48: Herfstkleuren

‘Binnen!’ Roep ik. Het komt er schor uit. Alsof ik verkouden ben. De deur die nog steeds op een kleine kier stond, zwaait zachtjes open en mijn kleine, grijze vriendin komt voorzichtig binnen. Vandaag heeft ze een andere trui aan. Rood gebreid met een motief er in van druiven, appels en bananen. Op een wijde, bruine corduroy broek, alsof ze zo uit de eighties van het Engelse platteland is weggelopen. In haar handen heeft ze het bekende zilveren dienblad.
‘Meisje’, zegt ze zachtjes. ‘Ben je wakker? Het is al bijna half elf!’ Ze schuifelt op haar gemakje binnen en zet het dienblad met de vertrouwde bloemetjes theepot, een mand met broodjes en een eitje op het tafeltje in het torentje. Ze loopt rustig het trapje weer af naar de deur. ‘Heb je lekker geslapen?’ Vraagt mijn vriendelijke gastvrouw. Dan kijkt ze me eens goed aan. ‘Je ziet er verwilderd uit, meis!’ Zeg ze, als ze me in mijn grote, schrikachtige ogen kijkt.
‘Het was een rollercoaster, mevrouw Hart. Een echte rollercoaster.’ Antwoord ik naar waarheid en ik zucht er diep bij. Alsof ik met mijn zucht de nacht en alles wat ik heb meegemaakt van me af wil laten glijden.
‘Vertel me het straks maar meiske. Nu eerst lekker ontbijten en dan zie ik je beneden wel verschijnen. De zon komt al mooi door. Misschien kunnen we straks een kopje thee drinken in de tuin.’
‘Ok. Is goed’, knik ik terug. ‘Dank u wel voor het ontbijt. Ik ga er heerlijk van genieten zo’, vertel ik haar. Mevrouw Hart geeft een vriendschappelijk klopje op het Konijntjesdeken ter hoogte van mijn scheenbeen en met een glimlach verdwijnt ze de deur door. Dinah trippelt vlug achter zijn vrouwtje aan.
‘Half elf’, herhaal ik hardop en zucht weer diep, terwijl ik om me heen kijk. Waterige zonnestralen schijnen naar binnen vanuit een van de ramen in de toren en doen de verse jus d’orange in het smalle glas fel geel oplichten. De verse broodjes en het warme eitje lijken naar me te lonken en ik voel dat ik behoorlijke trek heb. Naast een zelf gebakken koekje van mijn gastvrouw heb ik gisteravond immers bar weinig gegeten.

De aanblik van dit pittoreske heden lijkt me plotsklap te doen ontwaken vanuit de enerverende nacht en ik zwaai mijn benen resoluut over de rand van het bed. Ik ben ondanks alles misschien nog steeds in de vorige eeuw, maar dat wil niet zeggen dat ik er niet gewoon wel een goeie dag van kan maken. Thee drinken met mevrouw Hart in de tuin, kletsen met tuinman Rups over Tijd en dan is er vandaag vast nog wel een momentje over om op onderzoek uit te gaan. Ik had al voor mezelf besloten dat een daadwerkelijke ontmoeting met Sasja niet handig is, maar een glimp van hem proberen op te vangen is toch het minste? Als ik niet terug kom naar mijn heden, dan moet ik er in dit verleden maar het beste van maken. Zo lang als het duurt.

In de badkamer hangt een dikke, roze badjas met stof zo zacht als een pluchen knuffeldier. Ik verdwijn er in en maak het mezelf even later gemakkelijk in de toren. Het uitzicht is verbluffend. De langgerekte weilanden gaan over in glooiende bossen die in vuur en vlam lijken te staan door hun veelkleurige bladerentooi. Ik realiseer me dat het vandaag 21 september is en zodoende de herfst zijn intrede heeft gedaan. Ik hou van Overijssel. Het is hier zo stil en rustig. Zo weids met al haar bomen en struiken. En zo als een roze prinses gezeten in mijn fauteuil mag ik het herfstkleed van Overijssel eersterangs bewonderen. Ik doop ondertussen het nog warme pistoletje in het zachtgekookte eigeel en bepaal dat dit een goede dag gaat worde. Ondanks alles. Alice in Herfstachtig wonderland.

Een half uur later loop ik gedoucht, aangekleed en opgemaakt de vele trappen af naar beneden. Ik heb een spijkerbroek en een onopvallende grijze sweater aangetrokken. Mijn blonde haren zijn al opvallend genoeg en ik wil vandaag zo veel mogelijk low profile blijven als ik op zoek ga naar mijn grote liefde. Ik heb mijn zwarte Motorola telefoontje bij me gestoken, nadat ik zojuist de sms-jes van Jeroen en mijn moeder heb beantwoord. Ze waren bezorgd en wilde weten hoe het ging. Ik vind het lief, maar ergens ook lastig. Zeker nu ik honderdvijftig kilometer verderop ben, voelen deze mensen uit het verre verleden ook heel ver weg. En ik ben hier om Sasja te vinden en dat is wat ik wil gaan doen vandaag.

Als ik beneden kom zie ik dat niet alleen de deur naar de salon open staat, maar ook de tuindeuren zijn opengegooid. Zo waait er een zachte bries naar binnen. Het is heerlijk weer vandaag. Zo anders dan de grijze kilte van gisteren. Ik loop werktuiglijk de salon binnen in de richting van de tuindeuren. Er is geen mens te zien, maar de tuin is werkelijk beeldschoon. Groot en langgerekt met hoge bomen kris kras langs de zijkant van de tuin en op strategische plaatsen staan appel- en perenbomen volop behangen met hun vruchten. Aan de achterzijde wordt de tuin afgescheiden van kilometers weiland met een laag hekje. Er staan zowel struiken met planten als met bessen en in het midden van de tuin is een vijver met een houten boog brug er over heen. Rechts achterin staat een prieeltje volop behangen met passiebloem en een tuinset met gebloemde kussens. Daar drinkt mevrouw Hart waarschijnlijk in de namiddag haar thee als de zon haar laatste stralen van de dag schijnt. En terwijl ik daar zo sta, stapt er ineens een wat dikkere man met een hemelsblauw overall in zicht. Ik zie dat hij uit een schuurtje komt die links voor in de tuin staat. Omdat hij me niet opmerkt kan ik hem in me opnemen, terwijl hij met behoedzame tred naar een randje struiken loopt. In zijn mondhoek bungelt een pijp en om zijn middel heeft hij een leren riem met allerlei tuingereedschap er aan. Bij de struiken aangekomen knielt hij neer en begint onkruid te wieden. Ik besluit rustig de tuin in te lopen, zonder de druk werkende tuinman te storen. Ik loop helemaal door tot het hek aan het eind en leun er overheen en voel hoe de zonnestralen mijn rug verwarmen. De zachte najaarswind brengt de geur van gras en weiland tot in mijn neus en in de verte hoor ik vogels zingen. Op het veld rechts van me staan manshoge maïsplanten zo ver als ik kan zien en aan de horizon is het veelkleurige herfstbos zichtbaar. Straks zal ik in de richting van het maïs gaan rijden naar Balkbrug, maar eerst is het misschien handig om bij mijn kleine gastvrouw een telefoonboek op te snorren. Er is in deze tijd, op dit gedeelte van de tijdlijn nu eenmaal geen enkele zekerheid over mensen en lokaties. En ik wil graag wat meer uitvinden. Zoals het adres van de ouders van Sasja. Ik draai me om en meteen valt de zon warm en zacht op mijn gezicht en kan ik het Pipi Langkous achtige herenhuis van de achterkant aanschouwen. De torenkamer waar ik in slaap valt in het oog en ook de glas en loodramen die kleurrijk de wereld inkijken. Zo ziet het er allemaal stukken minder angstaanjagend uit als dat het gisteravond was.

‘Goedemiddag!’ Hoor ik plotseling en zie vanachter een hoge struik de tuinman opdoemen. ‘De professor vertelde al dat u gisteravond was aangekomen’, bast de man op vriendelijke toon. Zijn accent is eerlijk beschaafd, bijna Goois dan Overijssels. Hij trekt zijn handschoen uit en steekt een eeltige hand mijn richting op. ‘Wilhelm Wonders’, stelt hij zichzelf voor, neemt een paar trekjes van zijn pijp en neemt deze vervolgens uit zijn mond. ‘Maar zeg maar Rups hoor. Een glimlach van oor tot oor breekt zijn gezicht open. Hij heeft opvallend blauwe ogen die goed bij zijn overall passen. Zijn spierwitte krullende haar omlijst zijn zongebruinde gezicht.

‘Ik ben Sylvia Lievengoedt’, zeg ik terug. ‘Mevrouw Hart had het al over u gehad.’ Terwijl ik hem blijf aankijken, probeer ik in te schatten wat mijn gastvrouw al over mij verteld heeft. Deze meneer Wonders is expert op het gebied van Tijd, vertelde ze gisteravond, maar wat het hartenvrouwtje al verklapt heeft over mijn verhaal, dat kan ik niet inschatten als ik naar de tuinman kijk.
‘Onze professor heeft verder geen details gegeven hoor’, raadt hij mijn gedachten. ‘Maar ze zei wel dat je het misschien leuk vindt om straks even samen thee te drinken.’

‘Ja dat lijkt me erg gezellig’, zeg ik enthousiast terug. ‘Tot hoe laat bent u hier vandaag?’

‘De hele dag nog’, zegt de man, terwijl hij hijsend aan zijn pijp naar de lucht kijkt, alsof hij de tijd aan de stand van de zon probeert in te schatten. ‘Ik eet vanavond gezellig met jullie mee. Als je tenminste ook gebruik zal maken van de kookkunsten van je gastvrouw. Naast koekjes bakken, kan ze ook heerlijk koken’, vult hij aan.

‘Ja zeker, dat lijkt me fijn. Ik heb alleen nog wat dingen te doen vandaag, maar ik hoop u zeker aan het einde van de middag nog even te zien.’

‘Prima, Sylvia. Tot straks dan!’ Zegt de tuinman en steekt vriendelijk zijn eeltige hand weer naar me uit. Ik schud de hand en zeg hem gedag. Hoe graag ik ook de rest van de dag in de nabijheid van deze vrolijke blauwe rups zou willen verkeren en hem de hemd van het lijf zou willen vragen, ik moet gewoonweg eerst op zoek naar Sasja.

Onderweg naar binnen, loop ik in de kleine lobby pardoes tegen het hartenvrouwtje op.
‘Oh sorry!’ Roep ik uit en schiet in de lach. ‘Ik moet beter opletten.’ Maar mijn gastvrouw lacht ook hartelijk en pakt me vervolgens bij de arm.
‘Ik zag dat je al kennis hebt gemaakt met Rups in de tuin? Zegt ze terwijl ze me naar de twee fauteuils in de hoek leidt. Ik ga zitten.

‘Ja’. Antwoord ik haar. ‘Wat een vriendelijke man. Hij zei dat jullie vanavond samen eten.’ Vervolg ik en kijk haar aan.

‘Je bent van harte welkom om aan te schuiven. Ik maak shepherds pie en we eten om half zeven.’ Ik aarzel even. Ik ben namelijk dol op shephards pie, een heerlijke ovenschotel met aardappelpuree en een mengsel van wortel en gehakt, maar ik wil liever geen vlees eten. Ook al deed ik dat in 1999 wel nog, het idee dat ik als vegetariër nu gehakt moet eten doet me kokhalzen.

‘Ik ben dol op shephards pie’, zeg ik haar eerlijk. ‘Ik eet alleen geen vlees.’

‘Geen probleem, meis, ik zal voor jou een aparte schaal maken. ‘Wat zijn verder je plannen vandaag?’ Het hartenvrouwtje is naast me op het uiterste randje van de andere fauteuil gaan zitten, alsof ze in de startblokken staat om weer aan de slag te gaan.

‘Ik wil op zoek naar Sasja in Balkbrug, maar ik heb eerst iets van een telefoonboek nodig, zodat ik kan kijken of zijn ouders er wonen.’ Mijn gastvrouw veert onmiddellijk op, dribbelt naar de balie en pakt vanachter de houten desk een dik telefoonboek vandaan.

‘Alsjeblieft’ zegt ze. Ik pak het zware naslagwerk aan en bedank haar.

‘Geen dank! Ik zie je straks weer, okay? Ik ga nu Rups helpen in de tuin. Het is zulk heerlijk weer.’ Zegt ze er vergenoegd achteraan. Het dametje staat op en na een vriendelijk gedag loopt ze de salon in.

Vlug sla ik het telefoonboek open en begin te bladeren op zoek naar achternamen met een G. Ik voel dat mijn hart weer sneller begint te kloppen. Dan kom ik bij de G aan en ik schiet rakelings langs de namen op zoek naar Goudbeek, de achternaam van Sasja.

 

Lees HIER het volgende deel >>> (deze staat binnenkort online)

Copyright © 2017 Tanja Ortmans

Disclaimer: Elke overeenkomst met bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.

Photo credits Creative Commons: Photo ‘Tree sunset’ by Irish Eyes (Morguefile)

Deel 47: Witte konijntjes

Deel 47: Witte konijntjes

Ben je een nieuwe lezer? Begin dan bij het ijzingwekkende eerste deel HIER

 

Deel 47: Witte konijntjes

Achter mijn gesloten oogleden kickt mijn ontwakende ego weer in en onmiddellijk weet ik met absolute zekerheid dat er iets mis is. Was. Ik ben weggedommeld. Er was wat mis. Het voelt alsof ik uren geslapen heb. En nu ben ik weer wakker geworden, zoals ik steeds weer wakker wordt, niet wetende waar en wanneer ik mijn ogen open. En zo wordt het ontwaken voor mij steeds een opnieuw geboren worden. Een wedergeboorte. Met mijn aanwezige bewustzijn. Ergens in tijd en ruimte. In een lichaam, van welke leeftijd dan ook. Ik durf mijn ogen niet te openen, bang om te zien dat ik niet thuis ben. Of dat ik wel thuis ben, maar nog steeds mijn oudere, vertrouwde lichaam niet in kan. De werkelijkheid is echter dat ik voel dat ik in een te zacht bed lig, Het ligt een beetje door en mijn hoofdkussen is groot. Snel doe ik mijn ogen open en kijk recht in het poezengezicht van Dinah. Ik moet direct aan de blauwe ogen van Max denken en hoe hij naast me slaapt in bed. Sliep. Slaapt. Net nog. Op dat moment zie ik de angst in de ogen van mijn geliefde, terwijl hij er achter komt dat de ik uit 2014 niet wil ontwaken. “Nee. Nee nee nee”, roep ik hardop. Dinah schrikt en springt van het bed af. Ik ben ondertussen rechtovereind geschoten, terwijl mijn borstkas gejaagd op en neer beweegt vanwege mijn groeiende paniek. Ik baal ontzettend van mijn eigen onvermogen om aanwezig te blijven bij het drama dat zich zojuist in 2014 leek te voltrekken. En ik weet niet of ik dood ben. Joost mag weten wat het lichaam wat mij toebehoort tijdens mijn afwezigheid allemaal heeft uitgespookt. Misschien was ik wel gewoon bewusteloos. Ik kan alleen maar gissen, want op dit moment weet ik niets meer dan hetgeen mijn zintuigen waarnemen in dit hier en nu in 1999. Nog steeds hijgend van de stress, zittend op mijn prinsessenbed, neem ik een besluit. Ik ga terug. Ik ga het in ieder geval proberen. Want ik weiger categorisch om terug te glijden in een uitzichtloze staat van melancholie.. “Tranen hebben we genoeg gezien, meis”, spreek ik mezelf streng toe. “Huppetee. Onder zeil jij.”

Ik ga liggen en sluit mijn ogen weer. De wanhoop voorbij blijft er een neerslachtigheid hangen om mijn hart die voelt als grijs beton. Zwaar en uitzichtloos. Ik was er gewoon bijna. Ik heb mijn leven kunnen aanraken. Kunnen zien en horen. Maar ik zit gevangen tussen lagen van ruimte en blokken van tijd, steeds op plekken waar ik niet lijk weg te kunnen komen. Een gedetineerde vrouw, veroordeeld tot tussenlevens in een schemerzone. Achter onzichtbare tralies van illusie. Waar ontsnapping geen optie lijkt. Maar het ergste is nog dat ik zo dichtbij was. Liggende in de omhulling van het lijf dat mij ooit toebehoorde en nu ergens in een ander deel van een parallel universum in een andere tijd voort blijft leven.

Ik hoor de mauw van Dinah vanuit de verte mijn hoofd binnendringen en sleep mezelf weer terug naar waar ik mee bezig was. “Concentreren. Niet afdwalen in drama en emoties.” Een strenge stem die echoot  in mijn hoofd, dwingt mij bij de les te blijven. Ik vermoed dat het bepaald niet moeilijk moet zijn om terug te keren naar de toekomst. Ik ben daar probleemloos belandt dus zou er zonder moeite weer naar terug moeten kunnen gaan. “Ok”, denk ik bijna hardop. “Gewoon ogen dicht houden, doodstil blijven liggen en terug gaan. Ik kan dit”, vervolgen mijn gedachten in stilte. Dinah blijft echter miauwen en zijn geluid komt snerpend irritant mijn gehoorgang binnen. Zo wordt het heel lastig mij te ontspannen. En de ontspanning heb ik nodig om weer lichamelijk in slaap te vallen zodat mijn geest zich kan vervoegen naar het heden. “Syl, ontspan. Ontspan. Focus op je ademhaling”, beveel ik mezelf. Ik voel hoe de lucht die ruikt naar hout en wasverzachter mijn neus binnenkomt en ik laat de lucht als het ware helemaal tot mijn tenen gaan. “En adem uit”, hoor ik een stem in gedachten zeggen die niet van mij lijkt te komen. Ik laat de lucht heel rustig door mijn neus mijn longen in glijden en merk heel bewust op hoe de verwarmde lucht ook weer mijn lichaam verlaat. Bij elke uitademing geef ik mijn lichaam de opdracht steeds verder en dieper te ontspannen. Tijdens mijn opleiding tot hypnotherapeut was dit mijn sterkste kant. Mijn subjecten via de ademhaling in een zeer diepe ontspannen trance brengen. Mijn gedachten gaan terug naar een van de vele opleidingsweekenden waar wij studenten in een  doodnormaal woonhuis midden in Den Haag op de linoleum vloer gelegen op muffe matrasjes elkaar probeerden onder hypnose te brengen. Diverse hypnose technieken pasten we op elkaar toe en mijn favoriete onderdeel was alles waarbij vorige levens om de hoek kwamen kijken. Op mijn toelatingsformulier schreef ik dat ‘de reis van de ziel’ mij het meest fascineerde en mijn grootste drijfveer was om mezelf in te schrijven voor deze opleiding. Want onder hypnose er achter komen hoe de ziel zich heeft gedragen door alle levens heen, moet voor mij een tipje van de sluier kunnen oplichten. Dit kan ik ook zeer goed op mezelf toepassen en ik vertrouw op mijn kunde mijzelf zo dadelijk weer in een diepe staat van ontspanning te hebben gebracht, zodat ik weer zal kunnen uittreden. Na enkele minuten rustig adem gehaald te hebben voel ik echter dat de ontspanning misschien wel in treedt, maar dat de slaap ver te zoeken is. En die heb ik nou echt wel nodig om uit te treden. Zonder een slapend lijf ben ik nergens.

Ik ga weer rechtop zitten en slaak een zucht die uit mijn tenen lijkt te komen. “Dit gaat hem dus niet worden”, spreek ik hardop uit tegen de bolle, grijze kater die me vanaf de grond vragend aan kijkt. Ik laat me weer terug in de kussens zakken en staar omhoog naar de kleurige stof van mijn hemelbed. Ik adem nog een keer heel diep in. Mijn lichaam voelt warm onder de dekens met witte konijntjes erop. Het bed is aangenaam zacht, terwijl die frisse geur van wasverzachter nog steeds in mijn neus hangt. “Lelietjes van dalen?” Het tikken van de wandklok met de geitjes erop komt zachtjes mijn gehoorgang binnen en ik realiseer me dat de zintuigen van het lijf dat mij in 1999 toebehoorde alles keurig registreren wat zich op dit moment aandient in mijn bewustzijn. Dit lijf wel. Mijn lijf uit 2014 deed zojuist helemaal niets. Het voelde niets, zag en hoorde niets en lag daar maar. Als voor dood. En ik, mijn Sylvia-bewustzijn deed maar haar stinkende best om bezit te nemen van dat lijf. Hoe machteloos voelt dit? “Ik wil hier niet zijn. In dit veel te jonge lijf dat alles wel ervaart. In deze verkeerde tijd.” Ik lijk patent te hebben op de diepe zucht die ik weer slaak en ik denk terug aan wat Jeroen altijd zei op dat soort momenten: “Een zucht geeft lucht aan een hart vol smart.” Hij had gelijk.

Ik draai me op mijn zij en laat mijn hand werktuiglijk glijden over het deken dat half van me is afgegleden tijdens mijn turbulente nacht. Die witte konijntjes er op zijn schattig en ik bedenk me dat Mevrouw Hart ze in deze sprookjeskamer heeft gelegd als kwinkslag op de naam van haar Bed & Breakfast. Maar wat het witte konijn met sprookjes te maken heeft begrijp ik niet. Het deken voelt zacht aan en terwijl ik mijn hand er op laat rusten sluit ik mijn ogen weer. En dan als een film die versneld wordt afgespeeld achter mijn gesloten oogleden zie ik het gebeuren. IJzingwekkend snel en bloedstollend.

Het donkergroene computerscherm van Neo uit de film ‘The Matrix’. De woorden op het scherm verschijnen een voor een in haast neon groen. Oplichtend. ‘Follow… the… white… rabbit.” Seconden later zie ik de tattoo van het witte konijn op de schouder van de vrouw. “Volg het witte konijn, Neo…” Fluister ik onhoorbaar. En dan zie ik hem lopen voor mijn geestesoog. Het witte konijn met het nette pakje aan. Rennend over  het mos. “Ik ben laat, zo laat, veel te laat”, gilt het konijn, terwijl hij onder het hollen gespannen op zijn zakhorloge kijkt. Hij rent zo zijn hol in met Alice in haar blauwe jurkje en witte schortje er achter aan. Ik zie de door Disney getekende Alice vallen. Ze valt en valt en valt. Down the rabbit hole… Ze komt van alles tegen op haar korte reis door de tunnel van het hol; klokken, een schommelstoel, schilderijen, bloemen . Getekend. Cartoonesk. Vervolgens zie ik mezelf suizen door de caleidoscopische tunnel van witte en blauwe mozaïek. Her en der lichten vrolijke cartoon gezichten op. Dan het gezicht van mijn gids Reva. Ik land op de grond en kijk in de spiegel. Ik heb een blauw jurkje aan met een wit schortje. Met mijn blonde krullen ben ik sprekend haar. Alice.

Ik word het volgende moment abrupt uit mijn dagdroom gehaald door een korte klop op de deur.

“Celia, lieverd. Celia? Ben je wakker?”

Nog nahijgend van spanning, hoor ik hoe het hartenvrouwtje mij roept. Celia.

“Ja,” denk ik terwijl mijn hart keihard klopt in mijn borst. “Ja, Alice is wakker.”

 

Lees HIER het volgende deel >>>

Copyright © 2017 Tanja Ortmans

Disclaimer: Elke overeenkomst met bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.

Photo credits: Photo “Klassiek Boek Alice bij Sprookjesland & Wit Konijn- stof’ van Zazzle.nl, edited by Tanja

 

Deel 46: Blonde krullen

Deel 46: Blonde krullen

Ben je nieuw? Begin dan bij het ijzingewekkende deel 1 HIER.

 

Deel 46: Blonde krullen

De laatste treden van de zoldertrap neem ik met ingehouden adem, terwijl ik naar het echtelijk bed blijf kijken. Door de schrik is mijn bloeddruk waarschijnlijk zo gezakt dat de duizelingen die ik voel ervoor zorgen dat ik de trap leuning stevig vast grijp bij elke stap die ik zet. Alsof het glanzende hout onder mijn hand me houvast gaat bieden voor iets wat ik niet onder ogen wil zien. Een onbekende kracht laat me het bed naderen en ik zie dat de vrouw op me lijkt. Ze heeft zelfs mijn nachthemd aan. Haar blonde krullen lijken ook op die van mij. Mijn slapende man ligt rustig en stil naast haar en ik begrijp er steeds minder van. Ik ben nog geen half uur geleden naast hem wakker geworden. Op deze plek waar nu mijn lookalike ligt. Ik sluit mijn ogen, maar ik blijf zien wat ik niet wil zien. Wat ik niet wil weten sijpelt langzaam mijn bewustzijn in. Ik voel tranen van een pure machteloosheid en diepe moedeloosheid opkomen, die erger is dan ik ooit ervaren heb. Dan hoor ik de nageltjes van Max de houten trap opkomen. Hij lijkt dwars door me heen te lopen als hij zijn weg baant naar het bed, waarna hij zich om het hoofd van de vreemde vrouw drapeert. Dat doet hij nooit. Bij niemand. Alleen bij mij. En als ik weer een stap dichter bij het bed doe moet ik de brute waarheid onder ogen zien. Ik wil het niet, maar het moet. En terwijl ik me realiseer dat ik naar mijn eigen slapende zelf in bed sta te kijken weet ik het zeker. Ik ben dood.

Hoe kan het anders dat ik naast mezelf sta? Hoe kan het dat ik zelf wakker ben en zij slaapt? Ben ik dat of is dat slechts mijn lichaam? Ik zie aan haar gezicht dat ze de Sylvia is uit 2014. Ze ziet er rijper uit en lijkt zo sereen in haar slaap. Zo bekend. En tevens zo bevreemdend. Ik ben het bed nu zo dichtbij genaderd dat ik haar zou kunnen aanraken. Maar ik durf het niet. Max is in slaap gevallen. Mijn aanwezigheid hier zo naast het bed wordt door niemand opgemerkt, net zoals mijn thuiskomen werd opgemerkt door mijn kinderen. Ik hef mijn hand op om de krullen aan te raken van het lichaam dat ik de mijne zou kunnen noemen en op de plek waar mijn opgerichte hand in de lucht hangt zie ik enkel mist. Er is geen hand, net zo min als er een arm is en als ik naar beneden kijk zie ik ook geen benen, voeten en lichaam. Ik ben verworden tot een stuk mistig bewustzijn en ineens wil ik niets liever dan terug in dat lichaam wat daar ligt. Ik heb de gedachte nog niet uitgesproken of ik lig op bed op de plek waar de vrouw ligt. Als ik mijn hoofd van het kussen optil kan ik het lijf zien waar ik in lig. Het voelt niet als mijn lichaam, terwijl ik ergens weet dat dit wel zo is. Maar als een rollende tsunami op een zonnig strand, komt de prangende vraag mijn bewustzijn in denderen, dat als ik mijn lichaam niet ben, wie ik dan wel ben? Ben ik dit mistige bewustzijn of ben ik het lichaam op het bed of beiden? Ik weet echter zeker dat ik het lichaam niet ben. En toch is daar de hartstochtelijke wens om mijn bewustzijn weer te laten versmelten met dit lijf dat mijn kinderen heeft gebaard, de liefde heeft bedreven met mijn man en mijn katten knuffelt. Ik wil weer terug in mijn bestaan van dit moment en ik vermoed dat ik niet anders kan dan mezelf ontspannen, hopende dat mijn ik zich weer samenvoegt met dat lichaam. “Alsjeblieft laat me straks wakker worden in dit lijf, in dit leven.” Bid ik tot een hogere voorziening waarvan ik hoop dat die me helpen kan. Maar ik voel me ondertussen volkomen desolaat, liggende op een plek waar ik me thuis zou moeten voelen. De werkelijkheid is echter anders. Ik ben een buitenstaander in mijn eigen leven. Als er weer een opgewelde traan langs mijn gezicht druppelt, kan ik niet anders dan me afvragen uit welk oog deze rolt. Ik weet het niet meer. Ik weet niks meer. Maar ik moet me vermannen. Ik kom geen steek verder met dat dramatische gedoe en die druppende tranen. “Denk, Syl. Denk na!” commandeer ik mezelf in stilte. Met mijn ogen gesloten lig ik stil op mijn rug en dwing mezelf weer in het gareel. Ik ben nu al zo ver gekomen dat ik in ieder geval weer terug ben in mijn eigen jaar, op mijn eigen tijdlijn en vlak bij mijn eigen lichaam. Het enige wat er nu nog moet gebeuren is dat mijn bewustzijn zich verbindt met dat lichaam wat hier ligt en waar ik weer zo dolgraag deel van uitmaak. Mijn gedachten schieten alle kanten op. Want wat gaat er gebeuren als de Sylvia uit 2014 wakker wordt en haar dag begint, mij hier achterlatend op bed? Wie ben ik dan nog? En ben ik wel de Sylvia uit 2014 of ben ik eigenlijk de Syl uit 1999 met het bewustzijn van deze Sylvia uit het heden? Ik heb haast geen tijd om duizelig te worden van mijn eigen hersenspinsels, omdat een wakker wordende Sasja mij doet opschrikken. Mij. Ik. Het schimmige Sylvia-bewustzijn dat ergens in een schaduwwereld is blijven hangen. Ik kijk naar Sasja die gapend wakker wordt, zich uitrekt en rijkt naar zijn mobiel en zich vervolgens omdraait om mij een kus te geven. De kus belandt naast me op de wang van de slapende Sylvia in het lichaam waar ik niet bij kan en een verstikkende jaloezie maakt zich van me meester. Ik heb niks gevoeld van zijn kus. Ik zou willen schreeuwen en gillen, hem willen omhelzen, mijn armen en benen om hem heen willen slaan. Ik wil zijn armen om me heen voelen, zijn gespierde lijf dicht tegen me aan. Ik wil dat hij zegt dat alles goed komt.

“Sasja, ik ben hier, hoor je me”, fluister ik, terwijl ik half overeind kom. Maar hij ziet mijn doorzichtige ik niet, noch kan hij mijn zachte stem, die vanuit een andere dimensie met hem probeert te communiceren, horen. “Sas!” Roep ik. Harder deze keer. Ik raak zijn wang aan met mijn hand. Ik kan zijn stoppelbaardje voelen en zijn zachte huid als ik mijn hand tegen zijn nek leg. Maar hij weet niets van mijn tedere aanrakingen.

“Syl?”, vraagt hij aan het slapende lichaam. “Syl, gaat het?” Ik blijf Sasja aankijken die op zijn beurt een steeds bezorgdere blik op zijn gezicht krijgt. Hij schudt zachtjes aan het lichaam. “Syl, wordt eens wakker. Syl?” Dan gaat Sasja op zijn knieën zitten tegen het lichaam aan. Hij legt zijn handen op de schouders van het lijf. “Sylvia, nu wakker worden hoor!” Hij zet zijn woorden kracht bij door aan haar te schudden. Ik besluit om naast het bed te gaan staan om zo goed zicht te hebben op hetgeen zich hier afspeelt. Wat ik zie geeft me een onbestendig gevoel. Het Sylvia-lichaam ligt doodstil op bed. Ondanks het gerammel van Sasja, wordt ze niet wakker. Dan buigt Sasja over haar heen en legt zijn wang op haar mond. Dan komt hij weer overeind.

“O shit”. Fluister ik. Onhoorbaar voor Sasja. “O shit, shitterdeshit. Ik ben dood. Ik ben gewoon dood. Mijn lijf is doodgegaan! Hoe kom ik nou ooit terug bij mijn kindjes? Jezus, zie je wel dat ik dood ben.” Ik adem zwaar en blijf kijken naar mijn man die het lijf van zijn overleden geliefde bekijkt. Dan grijpt hij abrupt zijn mobieltje van achter hem en toetst wat in. Een telefoonnummer. Hij houdt het toestel bij zijn oor.

“Ik heb een ambulance nodig.” Hoor ik hem zeggen, terwijl hij nog steeds in alleen zijn boxershort op zijn knieën zit naast het lijk. “Mijn vrouw. Ze is bewusteloos.” Roept hij met paniek in zijn stem tegen de persoon aan de andere kant van de lijn. Hij heeft de arm van het lichaam gepakt en laat deze weer op het bed vallen als een lappenpop.<

“Ja, ze ademt nog wel, maar ze wil niet wakker worden en is helemaal slap.” Sasja luistert even naar zijn telefoon en gaat dan verder.“Verder helemaal gezond. Nee, ze slikt geen medicijnen en heeft gisteravond ook niets gedronken.” Dan is hij weer even stil en dreunt dan ons adres op.“Jullie moeten snel komen, want het gaat niet goed met haar!” Schreeuwt hij haast in de telefoon. “O wacht… wacht even.” Zegt hij dan. Vervolgens wordt alles zwart.

 

Lees HIER het volgende deel >>>

Copyright © 2017 Tanja Ortmans

Disclaimer: Elke overeenkomst met bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.

Photo credits Creative Commons: Photo ‘Blonde curls hid her devil horns’ by Swirlingthoughts (Flickr), edited by Tanja