Hoe je je black-out kunt inzetten als krachtbron

Hoe je je black-out kunt inzetten als krachtbron

Vroeger op school ging bij elke mondelinge overhoring of examen mijn brein op zwart. Ik kon dan alleen nog maar glimlachen of verdwaasd kijken, maar als je me naar mijn naam had gevraagd, had ik het niet geweten.

Ik had altijd last van een Black-out.

Leraren konden niet anders dan me een onvoldoende geven. Er kwam gewoonweg geen zinvol woord meer uit mijn mond. En nog steeds heb ik last van black-outs. Altijd als ik het gevoel heb dat ik op de één of andere manier moet presteren: POING, gaat het licht uit. En dat vond ik altijd een doodenge gedachte.

Ik weet dat ik niet de enige ben en dat de angst om een black-out te krijgen, veel mensen ervan weerhoudt om voor een groep te gaan staan. De angst om publiekelijk te spreken schijnt zelfs boven aan de lijst te staan, gevolgd op de angst om dood te gaan. Dat had ik ook en mijn angst om een black-out te krijgen zorgde ervoor dat ik helemaal niets meer durfde. Het feit dat mijn hersenen informatie iets anders ordenen dan het gemiddelde brein (omdat ik een beelddenker ben) maakt het ook nog lastiger. Jezelf uiten in begrijpelijke taal, terwijl zich in je hoofd een film afspeelt is op zijn zachtst gezegd ‘lastig’!

Omdat het me zo vaak overkwam, ook gedurende een aantal seconden en niet alleen met groepen mensen, maar ook in één-op-één  contact, ben ik eens wat dieper gaan nadenken over wat een black-out nou eigenlijk is. Ik kwam er vervolgens achter dat er een diepere wijsheid en innerlijk kracht schuilt achter dit onaangename verschijnsel.

We denken tienduizenden gedachten per dag en op piekmomenten waarop je geacht wordt extra te presteren razen de gedachten in extra snelle vaart voorbij. Ik moet dan altijd denken aan het beeld van ons hoofd als snelkookpan, waarin de gedachten zich opstapelen en bijna als auto’s in de file dringen om ook gehoord, gezien, begrepen en geuit te worden. Ik zie dan de snelkookpan steeds verder toenemen in druk. In het Engels noemen ze zo’n pan een ‘high pressure cooker’, een apparaat waarin voedsel onder hoge druk wordt gekookt. Het beeld van gedachten die onder hoge druk je hoofd tot kookpunt brengen, laat me dan niet los.

En als het pan overkookt krijg je een meltdown….

En daar zitten we dan. In het donker. Zonder gedachten. En dan komt misschien juist de paniek. Ik ken deze paniek als “Ik weet het niet meer!!” Een gevoel van onwetendheid, van falen waarin ik als een dolle op zoek ging naar flarden van datgene wat ik ooit in mijn hoofd had. Dit kreeg ik dan natuurlijk nooit meer terug, zodat ik enkel nog hakkelend en falend als een hert die in de koplampen van een naderende auto staart mezelf kon neerzetten. Als we ons echter realiseren wát er dan is in het huidige moment van onwetendheid is, kunnen we wellicht het  NIETS waarnemen, de gedachteloze, vredige ruimte tussen de gedachten. De gedachtenloosheid die Eckhart Tolle ‘aanwezigheid’ noemt. PRESENCE. En als je Eckhart Tolle ooit live of op video hebt gezien, kun je wellicht opmerken dat hij heel vaak stiltes laat vallen als hij spreekt. Eckhart gaat ook zonder voorbereiding het podium op en ziet dan vanzelf wel wat zich aandient aan wijsheid.

Ik vermoed dat hij zo vaak stil is, omdat juist in deze stiltes, de wijsheid zich aandient. Zijn wijsheid.

Ik denk persoonlijk dat een black-out eigenlijk het ultieme kado is van je Bewustzijn om je in te tunen op je innerlijke bron van wijsheid. Net als Eckhart dat doet. En dat je vanuit deze wijsheid nou juist precies datgene krijgt aangereikt wat je nodig hebt. En wat je toehoorders nodig hebben, zo je wilt.

Naast de black-out van het vergeten wat je wilde zeggen, de onwetendheid van het moment, heb ik ook nog andere black-outs meegemaakt. Wat als we momenten hebben in ons leven die duister aanvoelen? Dat het net is alsof we wegzakken in het niets, dat we ons depressief voelen, of bang. In paniek of eenzaam? Het is zwart, donker, leeg en er lijkt totale duisternis te zijn. Oneindige duisternis.

In een van mijn favoriete jeugdboeken”Het oneindige verhaal” van Michael Ende is dit thema heel mooi beeldend uitgewerkt. Er is ook een film over gemaakt: “The Neverending story”. Fantasia, het fantasievolle rijk van de Kleine Keizerin wordt verzwolgen door het Niets. Alleen mensenkind Sebastiaan kan Fantasia redden van het Niets. Als het Niets alles heeft verzwolgen en alleen de Kleine Keizerin en Sebastiaan over zijn in dit Niets, gebeurt er iets bijzonders. Sebastiaan vraagt wat hij in ’s hemelsnaam kan doen om Fantasia te redden van dit niets. En de Kleine Keizerin zegt dat het voldoende is om te starten met fantaseren. “Als jij nieuwe fantasieën bedenkt, creëer je daarmee het nieuwe Fantasia, Sebastiaan”.

Ik vermoed dat het exact zo is met onze black-outs. Ze zijn het niets. En in deze nietsheid is alles aanwezig. Al het potentieel. Vanuit dit Niets, deze duisternis, kan ALLES ontstaan.

Ookal denken we misschien soms dat we zijn aangekomen in de grootste duisternis, zodra we ons openen en tot rust komen in deze nietsheid, deze onwetendheid, deze zwarte diamant, ontvouwt zich het potentieel. Als we heel stil blijven zitten, staan we toe dat onze black-out een stralende diamant wordt.

Dit hoeft geen heel proces te zijn, maar vergt drie simpele stappen:

Stap 1: Arriveren in het NU

Mij helpt het altijd, wat er ook gebeurt en waar ik ook ben, om mezelf te herinneren aan het feit dat ik adem haal. Zo lang als ik leef, haal ik adem. Dat doe ik altijd precies in dit moment. Ons bewust worden van de ademhaling is de eerste stap waarin we aankomen in het nu.

Stap 2: Acceptatie

In dit moment is er niks aan de hand. Alles is precies zoals het moet zijn. Alleen ons vechten tegen het Nu, tegen wat er zich aandient in dit nu, zorgt voor pijn en lijden. Als we de situatie waarin we ons bevinden volledig accepteren precies zoals het is en niet in gevecht gaan tegen de realiteit, kunnen we ons ontspannen en open stellen voor wat komen gaat.

Stap 3: Vertrouwen

Als we in het nu zijn aangekomen en volledig accepteren dat het is zoals het is, kunnen we volledig in vertrouwen ons openstellen voor wat gaat komen. In dit geval accepteren we simpelweg dat we een black-out hebben.  We kunnen erop vertrouwen dat dit het ultieme cadeau is van ons Bewustzijn op weg naar de oneindige bron van wijsheid. Vervolgens kunnen we onszelf totaal ontspannen, wetende dat we zijn aangekomen in de schatkist van ons Zijn. Met daarin allemaal stralende diamanten der wijsheid. Allemaal potentieel.

De volgende keer dat er zich een black-out aandient dan kunnen we denken:

ZWARTE DIAMANT!

Adem, accepteer, vertrouw en laat deze zwarte diamant transformeren in allemaal wijze diamanten. Allemaal stralend potentieel.

Want misschien weten WIJ het niet meer ten tijde van een black-out, ons Bewustzijn en de innerlijke wijsheid weet alles. Een uitnodiging om onszelf heerlijk weg te laten zakken in de zwarte diamant van onwetendheid en ons te laten inspireren door onze innerlijke wijsheid.

 

Tanja, 18 mei 2009 (geredigeerd op 20 april 2015)

Photo credits: Diamond by J Durham (Morguefile)

 

Deel 3 – Mijn eigendommen

Deel 3 – Mijn eigendommen

Jeroen staat daar in een mengeling van schrik en irritatie naar me te kijken.
Wat doe jij hier nu, Syl? Het is nog niet eens half zeven in de ochtend!” “Jezus, Joen, ik schrik me dood”, stotter ik. “Ik snap er niks van. Jij dan?” “Waar snap je niks van”, vraagt Jeroen. “Dat je ineens voor dag en dauw in je auto stapt?” Jeroen staat slaperig voor me en ik zie duidelijk een vouw van het kussen op zijn rechterwang. En toch klopt er iets niet aan zijn gezicht.
Jeroen…wat doen wij hier?” Ik kijk hem indringend aan en alsof iemand een ijskoude hand in mijn nek legt, begrijp ik opeens wat er niet klopt aan dit plaatje hier. Jeroen staat in zijn ondergoed gehuld in zijn witte ochtendjas gebogen door mijn portier te kijken. Ik zie wat ik niet wilde zien. Ik word gedwongen hem goed aan te kijken en zijn jonge, vriendelijke gezicht te zien. Ik zie zijn donkerbruine ogen en de halflange krullen die zijn rimpelloze gezicht omlijsten. Hij ziet er weer uit als de knappe vijfentwintig jarige die hij ooit was. Niet als de sombere tweeënveertigjarige die hij is geworden na onze scheiding.
Wat wij hier doen, Syl, is ons afvragen waarom jij niet in je bed hoort te liggen naast mij”, bromt Jeroen tegen me terug.
Jeroen, ik moet nu echt even weg, ik moet wat doen, iets uitzoeken. Er klopt iets niet. Ik ga nu weg en ben straks weer terug.”
En je werk dan? Ben je op tijd voor je werk? Ik moet rond elf uur op school zijn, zie ik je dan nog? Syl?” Jeroen kijkt me indringend maar wel vriendelijk aan.
Ik staar terug. “Shit. Werk.” Hoor ik mezelf denken. Jeroen vindt het blijkbaar volkomen normaal om als zijn oude zelf hier te staan voor ons oude huis en te praten over werk en school, maar ik wil gewoon terug naar mijn éigen huis en mijn éigen kinderen. Ik wil niet nadenken. Ik wil weg.
Jeroen, ik kom terug natuurlijk, ik moet even weg om iets uit te zoeken”, probeer ik zo normaal mogelijk aan hem te communiceren. Het laatste wat ik nu nodig heb is iemand die mijn plannen gaat dwarsbomen. Ik wil nu weg.
Ok, Syl, nou wat je ook gaat doen, neem in ieder geval je mobiel mee.” Jeroen geeft me de allereerste mobiele telefoon die ik ooit kocht in de zomer van 1999. Het was een glimmende zwarte van Motorola en ik kan me herinneren hoe ik meteen verliefd was op de kleine telefoon met de mooie rondingen. Met een handig klepje om de toetsen mee te beschermen en het oranje witte logo van mijn toenmalige telecom provider Dutchtone er op. Tot 2014 ben ik nooit van provider overgestapt. Dutchtone ging over in Orange en Orange werd door T-Mobile overgenomen. Ik heb ook al die jaren hetzelfde telefoonnummer gehouden. Ik kijk in ongeloof naar het kleinood in zijn hand en pak het aan.
Dankjewel, Joen”, stamel ik. “Ik ga nu, ok?”
Jeroen knikt en buigt voor over om me een kus te geven. Ik buig terug en geef hem een kus langs zijn linkerwang. Hij sluit het portier en ik zie hem verdwijnen in de steeg.

Op de zachte autostoel zit ik daar naar de mobiele telefoon in mijn hand te kijken. Ik klap hem open en herinner me hoe ontzettend blij ik was met mijn eerste mobiel. Als ik op het rode knopje druk springt de groene display aan en zie ik dat ik volledig netwerk heb, dat de telefoon bijna helemaal is opgeladen en dat het 6.27 uur is. Een datum zie ik niet staan en ik besluit daar even naar op zoek te gaan. Ik weet niet precies meer hoe de telefoon werkt. En er zit geen menu-knop op. Wel twee knopjes met pijltjes en ik vermoed dat ik daarmee door het menu kan scrollen. Ik scroll door het menu en kom inderdaad bij ‘Set time and date’ aan. Ik druk op ok en de datum flipt op het scherm:

20 sept 99

Hij is op deze oude datum blijven staan,” denk ik bij mezelf. Ik vind het vreemd, want ik heb het toestel zeker gebruikt tot ik in 2001 mijn kleine, ronde Samsung kreeg. “Maar goed, de telefoon is vijftien jaar oud”, redeneer ik logisch, “dan is het niet zo gek dat data kunnen verspringen.”

Dan gaat in mijn geheugen een laatje open dat me vertelt dat dit een dual band telefoon was en ik realiseer me dat ik er in het huidige netwerk waarschijnlijk niet veel mee kan. Toch staat er duidelijk linksboven in het display dat ik volledig netwerk heb. Ik besluit mijn ouders te bellen. Hoe dan ook; zij zullen wel opnemen. Ik toets hun mobiele nummer in. “Tuutuutuu”, geeft de snerpende toon aan dat dit nummer niet in gebruik is. Ik zucht even diep en leg de telefoon voorzichtig op de stoel naast me. Op het moment dat ik dat doe, realiseer ik me dat ik helemaal geen portemonnee bij me heb. Geen pinpas, geen papieren, helemaal niets. “Ik zal toch weer even naar binnen moeten om mijn tasje te zoeken. Sinds mensenheugenis bewaar ik mijn portemonnee altijd in mijn tasje. Ik heb er vele gebruikt, maar ik hoop gewoon eigenlijk dat het zwarte gehaakte schoudertasje met pailletjes dat ik van mijn oma heb gekregen gewoon binnen ligt. Met mijn portemonnee er in. Ik stap uit de auto en loop terug de steeg in. De deur heb ik niet afgesloten, dus ik stap gewoon naar binnen. Daar meteen links aan een haakje van de kapstok, hangt mijn eigen, zwarte tasje gelukkig. Ik kijk er in en zie er mijn oude portemonnee in zitten. Ik sta in de deuropening van de achterdeur in mijn gammele houten keukentje en sla het kleine kleurrijke gevalletje open. Geërgerd, maar lichtelijk verbaasd, trek ik er een stokoud, blauw Giropasje uit. De Postbank is overgenomen door de ING bank jaren terug en sindsdien is mijn bankpas echt niet blauw meer, maar oranje. “Hier kan ik natuurlijk helemaal niks meer mee. Mijn bankgegevens kloppen wel, maar de ‘geldig tot 01 – 2004 lijkt me behoorlijk over datum. Niets verbaasd me echter nog in dit meest bizarre kwartier van mijn leven.

Ik hoor plotseling weer voetstappen. Jeroen weer. Hij steekt zijn hoofd langs de deur. Was je wat vergeten?” vraagt hij nog steeds wat slaperig.
Ja, mijn tasje,” zeg ik terug. “Jeroen, welke dag is het vandaag?” Ik hou mijn hoofd schuin als deze woorden aarzelend over mijn lippen komen. Ik wacht met spanning op zijn antwoord, terwijl hij nadenkt.
Maandag natuurlijk!,” zegt hij. “Gisteren was het zondag en waren we bij de Batavia, weet je nog?”
Natuurlijk weet ik dat niet meer”, denk ik bij mezelf. “Ik ben zojuist naast jou wakker geworden in ons oude huis, terwijl de wereld lijkt te zijn terug geswitcht naar de vorige eeuw.”
Ik laat echter niets van mijn gedachten merken en vraag hem: “Ik bedoel eigenlijk, welke datum. Welke datum is het vandaag?”
Dat weet ik ook niet precies hoor. Negentien of Twintig september, zoiets?” antwoordt Jeroen me.
Weer alarmbellen. “Het is toch echt april”, flitst het door mijn hoofd. De volgende vraag durf ik niet te stellen. Ik ga niet aan hem vragen welk jaar het is. Als hij denkt wat ik denk, namelijk dat ik gek geworden ben, zou hij wel eens een stokje kunnen steken voor mijn autoritje nu om half zeven ’s ochtends.
Ok dankje. Ik ga nu.” Ik ga op mijn tenen staan en geef hem een snelle zoen op zijn wang.
Tot zo, Syl,” zegt hij.
Ik probeer nog een schalks glimlachje uit mijn gezicht te persen en draai me vervolgens om en stap voor de tweede keer de deur uit de koude morgen in.

 

Lees HIER het volgende deel >>>

 

Copyright © 2015 Tanja Ortmans 

DisclaimerElke overeenkomst met bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.

Photo credits Photo: Cell phone by Demma (Freeimages.com)

Deel 2 – Confrontatie

Deel 2 – Confrontatie

Syl, wat doe je?” Ik schrik op als een jong veulen, als de slaperige stem van mijn ex-man zich door de nacht boort. Ik kijk volledig verward in de richting van de slaapkamer. “Waarom klinkt hij zo rustig, alsof alles koek en ei is?” Ik vind het onbegrijpelijk dat hij mij überhaupt ‘Syl’ noemt. Zo heeft hij me in geen jaren genoemd. Stokstijf stil blijf ik naar de deur staren zonder iets te zien. Na een paar tellen realiseer ik me dat ik mijn adem inhoud en vergeet met mijn ogen te knipperen van de schok. “En nu? Moet ik iets terugzeggen?” Vraag ik in gedachten aan een onzichtbare wijsheid. Maar iets in mij zegt me dat ik de naakte waarheid nog niet aankan. Ik draai me weer om naar de woonkamer en ga aarzelend lopend op zoek naar een lichtknopje. Ik kan me niet meer precies herinneren waar die zat. Ik schuifel naar de deur naar de gang en inderdaad, precies daar naast de deur vind ik het knopje en knip voorzichtig het licht aan. Ik knijp mijn ogen samen tegen het felle licht van de papieren bol die boven de eettafel hangt en sla mijn handen voor mijn mond als het toonbeeld van de woonkamer mijn netvlies bereikt. Nu het licht schijnt zie ik dat echt alles, maar dan ook alles klopt met hoe het vijftien jaar geleden was. Dit kan echt niet waar zijn. Jeroen en ik zijn ontvoerd en geplaatst op een plek waar ons oude huis is nagebouwd. Zo onwaarschijnlijk en angstwekkend precies. Dat kan niet anders. Maar waarom klinkt Jeroen dan zo rustig, alsof hij precies daar is waar hij hoort te zijn? Alles, elke meubel, elk snuisterijtje, de computer, de TV, de eettafel met het vertrouwde tafelkleed, de kachel, de muurkast met mijn eigen boeken van vroeger; alles staat precies op zijn plek. Ik moet ineens denken aan de oude science fiction televisieserie The Twilight Zone en ik hoor de bekende tudududutudududu-tune in mijn hoofd. De mysterieuze serie was een van mijn favorieten, net als de vele boeken van Stephen King. Zo bizar, zo onwerkelijk, net als de situatie waarin ik me nu bevind. Net als de vele personages in de serie en de boeken bedenk ik me dat dit simpelweg niet waar kan zijn. Ik moet wel dromen.

Opeens zal het me worst wezen waar ik ben en of ik droom en dat Jeroen hier ook is, ik wil gewoon zo snel mogelijk weg uit deze idiote nachtmerrie. Er komt een enorme vastberadenheid in me naar boven zetten die al mijn angst en paniek opzij duwt. Terug naar huis ga ik, terug naar mijn liefdevolle eenendertig jarige echtgenoot en mijn vier kinderen. Ik draai me bruusk om en kijk op de eikenhouten, elektrische klok die Jeroen me ooit voor mijn vijfentwintigste verjaardag heeft gegeven. Het is kwart over zes.

Ik hoor Jeroen niet meer. Hij is vast weer in slaap gevallen en ik ga op zoek naar kleren die ik kan aantrekken. Als ik de louvredeurtjes van mijn ingebouwde kledingkast opentrek, stokt mijn adem in mijn keel en mijn mond valt open van verbazing. Ik heb werkelijk het gevoel dat mijn hart een slag mist als ik al mijn oude Mac & Maggie kleding zie hangen. De opvallende kleding in alle kleuren van de regenboog met het aparte nineties design van Cora Kempermann, precies zoals het was. Dit is te perfect, dit huis, mijn kast, mijn kleding, al mijn spullen, Jeroen rustig in bed. Als iemand dit heeft nagebouwd is het gewoon te perfect. Niemand kent de meest intieme details van mijn leven, in welke tijdsperiode dan ook. Maar het maakt niet uit meer. Mijn verstand wordt overgenomen door een cognitieve dissonantie die het overlevingsinstinct in me wakker maakt. Ik ga naar huis, besluit ik en wel nu. Ik trek een lichte spijkerbroek en een onopvallend zwart shirt met lange mouwen uit de kast en trek deze aan. Omdat het koud is zoek ik een lang en warm rood-zwart gestreept vest uit die onder in de kast in de rieten mand ligt. Dit vest heb ik bij Didi gekocht rond 1998 en het is zacht en warm. Bij de deur staan mijn oude schoenen. Zwart met hakken. Ik trek ze aan en ze passen als gegoten. Aan de kapstok hangt mijn oude, zwart jas met warme teddy kraag die ik ooit bij de C&A kocht voor tweehonderd gulden. In de deur zie ik mijn sleutelbos zitten. Een gewoonte die ik al vanaf het moment dat ik in 1992 op mezelf ging wonen er in heb gehouden; sleutels altijd in de deur laten zitten, dan raak je ze ook niet kwijt. Als ik de bos heb gepakt staar ik naar de sleutels, omdat het wel lijkt alsof de autosleutel van mijn rode Seat Ibiza uit 1994 er aan zit. Deze auto heb ik verkocht in 2006, toen mijn dochter Sterre werd geboren. Hij kan hier niet staan die auto. “Misschien een duplicaat”, hoor ik het stemmetje in mijn hoofd zeggen en ik stap dapper de deur door, de vroege ochtend in. Heel zachtjes om Jeroen niet wakker te maken, trek ik de houten achterdeur achter me dicht.

De waterige kou en frisheid van de morgen prikt op mijn gezicht als ik de smalle, lange steeg van mijn vroegere huisje door loop. Zodra ik de steeg uit ben, zie ik dat ik daadwerkelijk in mijn straat van vroeger sta. Ik draai mij om en zie het huisje precies zo staan als dat ik het me herinner. Na de sloop en de bouw van het kantoorpand, ben ik er zo vaak langs gereden. De wat kil aandoende witte gevel van het nieuwe kantoorpand heb ik altijd een dissonant gevonden in de vriendelijke, Zaanse bouwstijl van de huisjes in de straat. Maar niets van dit nieuwerwetse alles is nu nog aanwezig. Alsof iemand de klok heeft terug gezet naar de negentiger jaren, sta ik daar in de koude ochtendschemer te staren naar mijn oude, ooit gesloopte huis. Als ik me omdraai naar de parkeerplaats en mijn glimmende, rode Seat Ibiza zie staan, verbaast het me niet eens meer dat het kenteken precies hetzelfde is als dat ik me herinner. Ik druk de toch weer opkomende paniek weg en ga vlug in de auto zitten. De oude vertrouwde rust en stilte van mijn eigen auto voelt fijn en veilig. Als een cocon waarin ik even op adem kan komen. Terwijl ik daar zo zit en in de lucht de nacht in donkerblauwe met roze flarden zie plaatsmaken voor de dag, vraag ik me af of ik niet terug moet gaan naar binnen. Misschien kan Jeroen wat meer licht werpen op de zaak. Het zou natuurlijk kunnen dat hij zo rustig reageerde omdat hij nog niet helemaal wakker was en nog geen besef had van het feit dat hij niet meer thuis in zijn eigen bed lag. “Maar dan had hij nooit ongezien mijn naam geroepen.” fluistert het stemmetje weer in mijn hoofd. Ik wapper de gedachten weg en besluit mijn genomen koers te vervolgen. Als ik de auto start, springt mijn autoradio met de CD van The Brand New Havies aan. Die heb ik al zo lang niet gehoord. Na een verhuizing brak er een stukje af van de CD en ik heb hem al jaren niet meer gehoord. Ik werd altijd vrolijk van de begintune, maar nu voelen de klanken net zo ongepast als K3 op een begrafenis.

Ik schreeuw van schrik als plotseling het portier van de bijrijder wordt opengerukt.

 

Lees HIER het volgende deel >>>

Copyright © 2015 Tanja Ortmans 

DisclaimerElke overeenkomst met bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.

Photo credits go to Iphis (Morguefile)

Ontbijten met Raw Vegan Blue Berry Cheese Cake :)

Ontbijten met Raw Vegan Blue Berry Cheese Cake :)

Schijt aan raw food… een half jaar lang

 

Van eind september 2014 tot eind maart 2015 heb ik alles gegeten wat God (jn ieder geval voor mij) verboden heeft. Ik kan tegen veel voedingsmiddelen niet (zoals suiker en granen) en zodoende volg ik doorgaans een vrij strikt suikervrij, broodvrij, alcoholvrij, koffievrij en hoofdzakelijk een plantaardig dieet.

Vorige zomer heb ik veel gejuiced (groente en fruit juices, vers geperst) en heb ik zelfs drie juice fasts gedaan. Deze sapvast kuren staan bekend om hun zeer genezende en heilzame werking op het lichaam. In juli heb ik een juice fast van drie dagen gedaan, in augustus heb ik een fast gedaan van zeven dagen en in september heb ik maar liefst twee weken enkel geleefd op vers geperste groente en fruit sappen. Daarna kon ik plotseling alles weer eten zonder dat ik ook maar ergens, lichamelijk of geestelijk, last van had. Ik was extatisch en heb maandenlang alles in mijn mond gepropt wat ik de voorgaande jaren niet mocht.

De afgelopen maanden kreeg ik toch weer erge last, maar het lukte me maar niet om terug te gaan naar mijn voornamelijk rauwe, plantaardige dieet. Ik genoot zo intens van de croissantjes met roomboter, verse frambozenjam en een kop heerlijke cappuccino. En van patatjes met echte mayonaise, zelfgemaakte tonijnsalade op Frans stokbrood en pizza. Pizza, pizza! Met roseetje erbij uiteraard. Gevolg: zo veel lichamelijke klachten dat functioneren steeds lastiger werd en ik niet kon slapen van de pijn. Elke maandag startte ik goedgemutst en met verse tegenzin worteltjes snijdend voor mijn ochtend juice, om enkele uren later toch weer te zwichten voor een knisperend boterhammetje met boter en oude kaas. “Ships…. weer niet gelukt”, dacht ik dan en maakte maar weer een kopje cappuccino om mijn schuldgevoel weg te spoelen.

Wat er dan tweeëneenhalve week geleden voor zorgde dat ik WEL doorzette, weet ik niet echt. De pijn in mijn lijf? Of was het wellicht het vooruitzicht van een zonnige lente en zomer doorbrengen gehuld in wijde jurken en broeken, omdat ik mijn hele garderobe niet meer pas? Ik ben namelijk een kilo of tien aangekomen het afgelopen half jaar. Best knap, ware het niet dat mijn bourgondische, limburgse en Duitse genen het kinderlijk eenvoudig maken voor mij om binnen korte tijd veel aan te komen.

Van normaal eten overgaan naar een raw food dieet

Dat bourgondische maakt het dus voor mij ook erg lastig om al het weelderige eten (en dito lijf) gedag te zeggen. De enige mogelijkheid voor mij om terug te gaan naar mijn raw food dieet is om dit geleidelijk aan te doen, besloot ik. Ik maakte voor mijzelf een globaal schema:

Week 1: Ik stop alleen met suiker en brood. Om dit vol te houden, maak ik een kilo rauwe chocolade waar ik onbeperkt van mag eten. Ook bereid ik een rijstgerecht met vruchten, noten, pitten en zaden dat heerlijk vult en verrukkelijk smaakt met bijvoorbeeld groene pesto en af en toe een stukje witvis. Ik heb nog rauwe veganistische mayonaise in mijn vriezer die ik ontdooi voor erbij. Koffie bouw ik langzaam af met oploskoffie en oplos granen koffie van Zonatura. Deze week een schep koffie en een schep granenkoffie per kopje.

Week 2: Ik maak nog een kilo chocolade, nog een voorraad rijst en bouw de koffie af tot twee schepjes granenkoffie en een mespuntje oploskoffie, Voor de bite! Ik ga daarnaast weer juicen en salades eten.

Week 3: Het is helaas over met de zoete chocolade (die ik maak met palmsuiker en heel veel gedroogde vruchten). Chocolade mag ik nu gaan afbouwen. Ik maak nog wat veel minder zoete chocola met noten en….. de Raw Vegan Blue Berry Cheese Cake. Deze is zo verschrikkelijk lekker dat ik er gerust mijn verdere leven lang op kan teren. De rauwe, witte cashewnoten die ik anderhalve week geleden uitgebreid heb geweekt en daarna rustig heb laten fermenteren, kan ik deze week verwerken tot ‘cheese’. Samen met de andere ingrediënten maak ik een verrukkelijke cheese cake. Mijn gezin is er ook dol op, maar vanochtend was er gelukkig nog genoeg voor een heerlijk hapje bij mijn granenkoffie. De ochtend ben ik gestart met verse wortel-sinaasappel-citroen juice met een beetje gember. Mijn reguliere ontbijt. Straks volgt een heerlijke salade. Hoe mijn overgang van een normaal eetpatroon naar een raw vegan dieet gaat, lees je verder op mijn blog. Ik zal ook regelmatig overheerlijke recepten proberen te delen. Omdat ik altijd enkel op gevoel eten bereid, is dat lastig, maar ik doe mijn best! Hier het recept van de:

 

Raw Vegan Blue Berry Cheese Cake

 Ingredienten cheese:

  • 3 kopjes ongebrande cashewnoten;
  • 3 eetlepels citroensap
  • 3 eetlepels palmsuiker
  • 50 ml. onverhitte zonnebloemolie
  • 1 theelepel vanille essence of vanille poeder (rauw)
  • een mespuntje himalayazout
  • een mespuntje kaneel
  • 80 gram au bain marie gesmolten kokosboter

Ingredienten bodem:

  • 1 kop dadels (niet geweekt)
  • 1 kop rozijnen (wel weken)
  • 1 kop gemengde ongebrande noten
  • 2 eetlepels palmsuiker
  • 60 gram au bain marie gesmolten kokosboter

 Ingredienten topping

  • half zakje bevroren bosbessen voor het mengsel (even ontdooien in warm water)
  • half zakje bevroren bosbessen voor boven op de topping
  • drupje citroensap
  • 2 eetlepels palmsuiker
  • 60 gram au bain marie gesmolten kokosboter

Bereiden: De cashewnoten voor de cheese week je drie dagen lang in vers water op het aanrecht. Elke ochtend en avond ververs je het water en was je de nootjes even goed. Na drie dagen spoel je ze goed af en doe je ze in een afgesloten bakje nog gedurende twee dagen in de koelkast. In het bakje doe je tevens de overige ingrediënten, maar zonder de kokosboter. Na deze vijf dagen voorbereiden hebben de cashewnoten de specifieke smaak die je nodig hebt voor dit recept. Je kunt dit mengsel dan heel goed fijn maken met de staafmixer of in de blender. Het is heel belangrijk dat je nog even proeft of de cheese de friszoete smaak heeft die je misschien kent van zoete roomkaas van koeienmelk. Als jouw cheese nog niet zuur genoeg is, doe je er nog wat citroensap bij. Je kunt er eventueel ook nog wat palmbloesem of kokosbloesemsuiker in doen als he niet zoet genoeg is. Varieer ook naar hartenlust met kaneel en zout. Alles om het geheel goed naar jouw smaak op smaak te brengen!

De rozijnen en noten voor de bodem kun je gedurende een halve dag weken in water. Alle ingrediënten inclusief de dadels (behalve de kokosboter) kun je dan verwerken met de staafmixer of blender, zodat het een zachte, homogene massa wordt.

De bosbessen met citroen, suiker en kaneel maak je ook ruwweg wat fijner in de blender of met de staafmixer.

Je hebt nu drie bakjes met massa voor de drie lagen van de taart.

Zet een pannetje water op het vuur met daarop een kommetje wat net het water in het pannetje raakt. Breng het water aan de kook en zet het vuur laag. Doe 200 gram kokosboter in het kommetje en laat smelten. Verdeel de gesmolten kokosboter over de drie bakjes, maar doe iets meer in het cheese mengsel. Heel goed roeren en de drie lagen een voor een rustig op de bodem van een huishoudbak bekleed met ovenpapier (of kleine springvorm) uitsmeren. Als je alle lagen goed hebt uitgesmeerd, laat je de cheese cake nog even een paar uur opstijven in de koelkast. Als je de cake er weer uit haalt, kun je de finishing touch aanbrengen: de hele zwarte besjes boven op de topping. In dit geval…. de bes op de taart!

Eet smakelijk!

Liefs, Tanja

Deel 1 – Een ijskoude ontdekking

Deel 1 – Een ijskoude ontdekking

Waar ik over droomde weet ik niet precies meer, maar flarden warrige droombeelden schieten nog na langs mijn geestesoog om dan te verwaaien naar ergens ver weg in mijn brein. Ik word wakker en voel de software van mijn persoonlijkheid aanslaan. En op het moment dat dat gebeurd, weet ik dat het mis is. Het is helemaal mis. Het bed waarin ik wakker word is te zacht, de ruimte te benauwd en zodra ik mijn ogen open, zie ik niks dan duisternis. Mijn kamer hoort niet helemaal donker te zijn. “Waar is mijn raam, waar is mijn vertrouwde slaapkamerschemer?” Schiet het door mijn hoofd. Mijn hart begint als een razende te roffelen in mijn borst en ik voel de paniek mijn keel inschieten. “In Godsnaam, waar ben ik?”, fluister ik in gedachten. Ik durf mezelf niet te bewegen op dit te harde bed. De nacht voelt kouder dan normaal op wat een vroege ochtend in april zou moeten zijn. Met mijn ogen wijd opengesperd lig ik op mijn rug. Ik weet absoluut zeker dat ik niet in mijn eigen bed lig. Maar als ik niet in mijn eigen bed lig, waar lig ik dan? En hoe kom ik hier? Ik merk op dat ik in ieder geval niet ben vastgebonden en dat ik mijn lichaam helemaal kan voelen. Ik ruik een vagelijk bekende geur van lang geleden die ik niet thuis kan brengen. Als ik me eindelijk durf te bewegen en mijn linkerhand uitsteek, raak ik een houten wand aan. Mijn oppervlakkige ademhaling gaat nu zo snel dat ik mijn rechterhand voor mijn mond hou om niet te luidruchtig te zijn. “Ik weet niet waar ik ben. O God, ik weet niet waar ik ben. Ik ben wakker geworden op een onbekende plek.” Ik vraag me af of ik nog droom, maar het harde, koude hout van de muur vertelt me dat ik helemaal wakker ben.

Gisteravond ben ik gewoon gaan slapen in mijn eigen bed met mijn eigen man naast me. Rond een uurtje of elf, nadat ik mijn twee kinderen in bed had gestopt, ze hun verhaaltjes had voorgelezen en nog even de keuken had opgeruimd. In mijn eigen slaapkamer, waar het zachte licht van de tuinlampjes altijd vriendelijk door het gordijn heen schijnen. In het stikdonker van deze volkomen vreemde omgeving, kom ik langzaam overeind. “Waar is mijn mobiel? Hoe laat is het?” Hoor ik mezelf denken. Ik kijk naar rechts omdat ik daar een heel flauw lichtschijnsel zie. Mijn ogen beginnen nu te wennen aan het donker en tot mijn nog grotere schrik merk ik dat er iemand naast me ligt. Mijn man? Ik weet het niet. De man ligt rustig te slapen, hoor ik aan zijn ademhaling. Ik durf hem niet aan te raken. Ik spits mijn oren om te proberen te horen of deze man klinkt als mijn eigen man. Ik hoor zijn rustige ademhaling en blijf kijken naar de contouren van zijn lichaam, die vagelijk beginnen te verschijnen aan mijn aan het duister wennende ogen. Dit is niet mijn man. En toch komt de schaduw net als de geur die in de kamer hangt, me bekend voor. Ik sta heel voorzichtig op en stap over hem heen, bang om hem wakker te maken. Omdat het bed tegen de linkermuur aan staat, kan ik alleen van het bed afstappen aan zijn kant. Mijn voeten raken de koude vloer die duidelijk is bedekt met linoleum. Er is misschien 30 centimeter ruimte aan deze kant van het bed en zodra ik het hoekje om loop naar het kleine beetje licht in de deuropening van de slaapkamer, dringt de verpletterende werkelijkheid tot me door. Mijn hart gaat nog harder kloppen en ik moet mijn best doen om niet in paniek te raken. Ik steek mijn hand uit om de plastic harmonicadeur wat verder open te schuiven om me dan langzaam om te draaien naar de slapende man achter me. Het gedimde licht van de lantaarnpalen buiten valt de slaapkamer binnen en ik zie mijn ex-man Jeroen liggen. Hij slaapt rustig en onverstoorbaar verder, ondanks het flauwe licht dat op zijn gezicht valt. Ik sla de palm van mijn linkerhand voor mijn mond om een zachte snik te onderdrukken. “Dit kan niet, dit kan niet waar zijn, ik kan hier niet zijn. Of ik droom, of iemand heeft ons hier neergelegd. Hoe kan dit? Wat doe ik hier? Wat doen wij hier?”

Hijgend van angst sluip ik stilletjes de slaapkamerdeur uit en stap de woonkamer in waar het koude zeil van de slaapkamer, overgaat in het hoogpolige tapijt van de woonkamer. De woonkamer ligt gehuld in de roerloze, rustige sluier van de nacht en de contouren van de meubels zijn angstwekkend vertrouwd. Ik sta daar bibberend, met blote voeten, gehuld in een onderbroek en T-shirt met korte mouwen in de woonkamer van mijn oude studentenhuis. Het huis waar mijn ex-man Jeroen en ik jarenlang hebben gewoond gedurende onze studies en aan het begin van onze carrière. Van 1995 tot het begin van deze eeuw, woonden we in dit oude, tochtige pandje aan de Zaan. Een jaar na ons vertrek is het huisje gesloopt en heeft de eigenaar er een kantoorpand neergezet. In de jaren na ons vertrek heb ik nog vaak over dit huisje gedroomd. Hoewel het huis stokoud, ijskoud en rijp voor de sloop was, hebben we er wel fijn gewoond. Het had een hoog plafond en mooie, grote ramen over de hele straatlengte. Aan de rechterkant van de grote kamer hadden we een gezellige zithoek gemaakt met mijn banken van ribcord, die ik ooit tweedehands op de kop had getikt. De oude TV stond op een zelf in elkaar getimmerd houten kastje en de hoek werd afgemaakt door een eikenhouten bielzen tafel uit de seventies. Een salontafel die ik in 1993 kreeg van een ex-vriendje. Tegen de gehele linkerwand van de kamer hadden we van zes grote kasten een lange boekenkast gemaakt om onze meer dan duizend boeken in te kunnen stallen. Daarvoor stond onze gezellige, ronde eettafel met daaroverheen het vertrouwde, Franse tafelkleed dat mijn ouders ooit voor me meenamen uit de Provence. En dit verleden, dat wat ooit was in mijn leven vijftien jaar geleden, staart me nu ineens vanuit het halfduister aan. Ik sla mijn handen voor mijn ogen in de hoop dat als ik mijn handen weer weghaal, de wereld weer normaal zal zijn. Maar de wereld is niet normaal in deze nacht. Hoe rustig deze nacht ook voelt, ik weet niet wat er aan de hand is en wat er is gebeurd met Jeroen en mij.

We zijn vast gedrogeerd, ontvoerd en in ons nagebouwde oude huis gelegd. Misschien probeert iemand een grap met ons uit te halen in de hoop de verstandhouding tussen ons te verbeteren” De gedachten overvallen me als een onstuimige polderwind en ik voel een traan uit mijn rechteroog op mijn wang vallen. Na ons in rap tempo in de afgrond verdwijnende huwelijk en onze echtscheiding in 2008 heeft onze verstandhouding ups en downs gekend. De eerste jaren na de scheiding gingen Jeroen en ik nog wel door een deur en waren er momenten van ouderwetse gezelligheid. Maar sinds een jaar of vier is daar tot mijn verdriet niets meer van over. Onze kinderen wonen de helft van de tijd bij hem en de helft van de tijd bij mij en onze huizen staan nog geen kilometer van elkaar af . Niets staat ons in de weg om gewoon als vrienden door het leven te gaan, maar Jeroen wil daar absoluut niets van weten. En nu ligt hij daar achter mij in onze oude slaapkamer vredig te slapen alsof er niets aan de hand is. Alsof de tijd heeft stilgestaan. Mijn overpeinzingen veranderen niets aan het feit dat wij hier op mysterieuze wijze plotseling zijn verschenen. Op deze plek die niet meer zou moeten bestaan. De gedachte dat iemand ons hiernaartoe heeft ontvoerd en gedrogeerd in mijn achterhoofd houdende, blijf ik stil op de drempel van de woonkamer staan. Ik weet niet wie er wellicht nog hier is die iets kwaads in de zin heeft.

Volgende deel >>>

Copyright © 2015 Tanja Ortmans 

DisclaimerElke overeenkomst met bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.

Photo credits go to Driscoll (Morguefile)