Deel 47: Witte konijntjes

Deel 47: Witte konijntjes

Ben je een nieuwe lezer? Begin dan bij het ijzingwekkende eerste deel HIER

 

Deel 47: Witte konijntjes

Achter mijn gesloten oogleden kickt mijn ontwakende ego weer in en onmiddellijk weet ik met absolute zekerheid dat er iets mis is. Was. Ik ben weggedommeld. Er was wat mis. Het voelt alsof ik uren geslapen heb. En nu ben ik weer wakker geworden, zoals ik steeds weer wakker wordt, niet wetende waar en wanneer ik mijn ogen open. En zo wordt het ontwaken voor mij steeds een opnieuw geboren worden. Een wedergeboorte. Met mijn aanwezige bewustzijn. Ergens in tijd en ruimte. In een lichaam, van welke leeftijd dan ook. Ik durf mijn ogen niet te openen, bang om te zien dat ik niet thuis ben. Of dat ik wel thuis ben, maar nog steeds mijn oudere, vertrouwde lichaam niet in kan. De werkelijkheid is echter dat ik voel dat ik in een te zacht bed lig, Het ligt een beetje door en mijn hoofdkussen is groot. Snel doe ik mijn ogen open en kijk recht in het poezengezicht van Dinah. Ik moet direct aan de blauwe ogen van Max denken en hoe hij naast me slaapt in bed. Sliep. Slaapt. Net nog. Op dat moment zie ik de angst in de ogen van mijn geliefde, terwijl hij er achter komt dat de ik uit 2014 niet wil ontwaken. “Nee. Nee nee nee”, roep ik hardop. Dinah schrikt en springt van het bed af. Ik ben ondertussen rechtovereind geschoten, terwijl mijn borstkas gejaagd op en neer beweegt vanwege mijn groeiende paniek. Ik baal ontzettend van mijn eigen onvermogen om aanwezig te blijven bij het drama dat zich zojuist in 2014 leek te voltrekken. En ik weet niet of ik dood ben. Joost mag weten wat het lichaam wat mij toebehoort tijdens mijn afwezigheid allemaal heeft uitgespookt. Misschien was ik wel gewoon bewusteloos. Ik kan alleen maar gissen, want op dit moment weet ik niets meer dan hetgeen mijn zintuigen waarnemen in dit hier en nu in 1999. Nog steeds hijgend van de stress, zittend op mijn prinsessenbed, neem ik een besluit. Ik ga terug. Ik ga het in ieder geval proberen. Want ik weiger categorisch om terug te glijden in een uitzichtloze staat van melancholie.. “Tranen hebben we genoeg gezien, meis”, spreek ik mezelf streng toe. “Huppetee. Onder zeil jij.”

Ik ga liggen en sluit mijn ogen weer. De wanhoop voorbij blijft er een neerslachtigheid hangen om mijn hart die voelt als grijs beton. Zwaar en uitzichtloos. Ik was er gewoon bijna. Ik heb mijn leven kunnen aanraken. Kunnen zien en horen. Maar ik zit gevangen tussen lagen van ruimte en blokken van tijd, steeds op plekken waar ik niet lijk weg te kunnen komen. Een gedetineerde vrouw, veroordeeld tot tussenlevens in een schemerzone. Achter onzichtbare tralies van illusie. Waar ontsnapping geen optie lijkt. Maar het ergste is nog dat ik zo dichtbij was. Liggende in de omhulling van het lijf dat mij ooit toebehoorde en nu ergens in een ander deel van een parallel universum in een andere tijd voort blijft leven.

Ik hoor de mauw van Dinah vanuit de verte mijn hoofd binnendringen en sleep mezelf weer terug naar waar ik mee bezig was. “Concentreren. Niet afdwalen in drama en emoties.” Een strenge stem die echoot  in mijn hoofd, dwingt mij bij de les te blijven. Ik vermoed dat het bepaald niet moeilijk moet zijn om terug te keren naar de toekomst. Ik ben daar probleemloos belandt dus zou er zonder moeite weer naar terug moeten kunnen gaan. “Ok”, denk ik bijna hardop. “Gewoon ogen dicht houden, doodstil blijven liggen en terug gaan. Ik kan dit”, vervolgen mijn gedachten in stilte. Dinah blijft echter miauwen en zijn geluid komt snerpend irritant mijn gehoorgang binnen. Zo wordt het heel lastig mij te ontspannen. En de ontspanning heb ik nodig om weer lichamelijk in slaap te vallen zodat mijn geest zich kan vervoegen naar het heden. “Syl, ontspan. Ontspan. Focus op je ademhaling”, beveel ik mezelf. Ik voel hoe de lucht die ruikt naar hout en wasverzachter mijn neus binnenkomt en ik laat de lucht als het ware helemaal tot mijn tenen gaan. “En adem uit”, hoor ik een stem in gedachten zeggen die niet van mij lijkt te komen. Ik laat de lucht heel rustig door mijn neus mijn longen in glijden en merk heel bewust op hoe de verwarmde lucht ook weer mijn lichaam verlaat. Bij elke uitademing geef ik mijn lichaam de opdracht steeds verder en dieper te ontspannen. Tijdens mijn opleiding tot hypnotherapeut was dit mijn sterkste kant. Mijn subjecten via de ademhaling in een zeer diepe ontspannen trance brengen. Mijn gedachten gaan terug naar een van de vele opleidingsweekenden waar wij studenten in een  doodnormaal woonhuis midden in Den Haag op de linoleum vloer gelegen op muffe matrasjes elkaar probeerden onder hypnose te brengen. Diverse hypnose technieken pasten we op elkaar toe en mijn favoriete onderdeel was alles waarbij vorige levens om de hoek kwamen kijken. Op mijn toelatingsformulier schreef ik dat ‘de reis van de ziel’ mij het meest fascineerde en mijn grootste drijfveer was om mezelf in te schrijven voor deze opleiding. Want onder hypnose er achter komen hoe de ziel zich heeft gedragen door alle levens heen, moet voor mij een tipje van de sluier kunnen oplichten. Dit kan ik ook zeer goed op mezelf toepassen en ik vertrouw op mijn kunde mijzelf zo dadelijk weer in een diepe staat van ontspanning te hebben gebracht, zodat ik weer zal kunnen uittreden. Na enkele minuten rustig adem gehaald te hebben voel ik echter dat de ontspanning misschien wel in treedt, maar dat de slaap ver te zoeken is. En die heb ik nou echt wel nodig om uit te treden. Zonder een slapend lijf ben ik nergens.

Ik ga weer rechtop zitten en slaak een zucht die uit mijn tenen lijkt te komen. “Dit gaat hem dus niet worden”, spreek ik hardop uit tegen de bolle, grijze kater die me vanaf de grond vragend aan kijkt. Ik laat me weer terug in de kussens zakken en staar omhoog naar de kleurige stof van mijn hemelbed. Ik adem nog een keer heel diep in. Mijn lichaam voelt warm onder de dekens met witte konijntjes erop. Het bed is aangenaam zacht, terwijl die frisse geur van wasverzachter nog steeds in mijn neus hangt. “Lelietjes van dalen?” Het tikken van de wandklok met de geitjes erop komt zachtjes mijn gehoorgang binnen en ik realiseer me dat de zintuigen van het lijf dat mij in 1999 toebehoorde alles keurig registreren wat zich op dit moment aandient in mijn bewustzijn. Dit lijf wel. Mijn lijf uit 2014 deed zojuist helemaal niets. Het voelde niets, zag en hoorde niets en lag daar maar. Als voor dood. En ik, mijn Sylvia-bewustzijn deed maar haar stinkende best om bezit te nemen van dat lijf. Hoe machteloos voelt dit? “Ik wil hier niet zijn. In dit veel te jonge lijf dat alles wel ervaart. In deze verkeerde tijd.” Ik lijk patent te hebben op de diepe zucht die ik weer slaak en ik denk terug aan wat Jeroen altijd zei op dat soort momenten: “Een zucht geeft lucht aan een hart vol smart.” Hij had gelijk.

Ik draai me op mijn zij en laat mijn hand werktuiglijk glijden over het deken dat half van me is afgegleden tijdens mijn turbulente nacht. Die witte konijntjes er op zijn schattig en ik bedenk me dat Mevrouw Hart ze in deze sprookjeskamer heeft gelegd als kwinkslag op de naam van haar Bed & Breakfast. Maar wat het witte konijn met sprookjes te maken heeft begrijp ik niet. Het deken voelt zacht aan en terwijl ik mijn hand er op laat rusten sluit ik mijn ogen weer. En dan als een film die versneld wordt afgespeeld achter mijn gesloten oogleden zie ik het gebeuren. IJzingwekkend snel en bloedstollend.

Het donkergroene computerscherm van Neo uit de film ‘The Matrix’. De woorden op het scherm verschijnen een voor een in haast neon groen. Oplichtend. ‘Follow… the… white… rabbit.” Seconden later zie ik de tattoo van het witte konijn op de schouder van de vrouw. “Volg het witte konijn, Neo…” Fluister ik onhoorbaar. En dan zie ik hem lopen voor mijn geestesoog. Het witte konijn met het nette pakje aan. Rennend over  het mos. “Ik ben laat, zo laat, veel te laat”, gilt het konijn, terwijl hij onder het hollen gespannen op zijn zakhorloge kijkt. Hij rent zo zijn hol in met Alice in haar blauwe jurkje en witte schortje er achter aan. Ik zie de door Disney getekende Alice vallen. Ze valt en valt en valt. Down the rabbit hole… Ze komt van alles tegen op haar korte reis door de tunnel van het hol; klokken, een schommelstoel, schilderijen, bloemen . Getekend. Cartoonesk. Vervolgens zie ik mezelf suizen door de caleidoscopische tunnel van witte en blauwe mozaïek. Her en der lichten vrolijke cartoon gezichten op. Dan het gezicht van mijn gids Reva. Ik land op de grond en kijk in de spiegel. Ik heb een blauw jurkje aan met een wit schortje. Met mijn blonde krullen ben ik sprekend haar. Alice.

Ik word het volgende moment abrupt uit mijn dagdroom gehaald door een korte klop op de deur.

“Celia, lieverd. Celia? Ben je wakker?”

Nog nahijgend van spanning, hoor ik hoe het hartenvrouwtje mij roept. Celia.

“Ja,” denk ik terwijl mijn hart keihard klopt in mijn borst. “Ja, Alice is wakker.”

 

Lees HIER het volgende deel >>>

Copyright © 2017 Tanja Ortmans

Disclaimer: Elke overeenkomst met bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.

Photo credits: Photo “Klassiek Boek Alice bij Sprookjesland & Wit Konijn- stof’ van Zazzle.nl, edited by Tanja

 


Deel deze post met je vrienden:

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Hallo dapper meisje, je kent me niet….

Hallo dapper meisje, je kent me niet….

In april 2016 las ik een blog (And then, life happens) van een jong tienermeisje (brightsmilesinthedark) die mij in mijn hart taakte. Ze was op school gepest en zag het niet meer zitten. Ik reageerde op haar blogpost en kreeg ook een reactie van haar. Inmiddels is haar wordpress blog van Internet verdwenen en ik weet ook niet hoe het met haar is afgleopen. Maar voor iedereen die ooit gepest is geweest, die het ooit niet meer zag zitten, wil ik je graag laten weten wat ik haar schreef.

Hoi dapper meisje, je kent me niet. Je had mijn dochter kunnen zijn en ik jouw moeder. Ik heb ook kindjes.  Ik ben zo blij dat jouw vader achter je staat. Maar ik vind het verschrikkelijk dat jij gepest wordt. Ik heb dat ook meegemaakt. Uiteindelijk heb ik als volwassene geleerd dat ik mijn lichaam niet ben. Dat ik mijn gedachten niet ben. En ook mijn emoties niet. Dat ik veel meer ben, nog voorbij dit alles. En dat jij dit ook bent. Een prachtig, krachtig, stralend wezen ben jij. Die hier op aarde is gekomen met een doel. Verstopt in een mensenlijf,  wat af en toe lastig is. Juist omdat we vergeten wie we werkelijk zijn; dat stralende wezen dat zichzelf slechts wil uitdrukken via dat mens zijn. En dat mens die we zijn heeft al die gedachten en emoties. En dat stralende wezen identificeert zich op een gegeven moment met dat mens zijn. En dan begint lijden. En willen we verandering. Ontsnappen uit het lijden. Wat mij heeft geholpen is de identificatie loslaten met alles wat ik denk te zijn, te moeten zijn, met mijn lichaam, mijn gedachten en emoties.  Mediteren heeft me geholpen. Mindfulness en leraren als Byron Katie,  Eckhart Tolle,  Gangaji, on deze video legt ze uit wat ik bedoel ( https://m.youtube.com/watch?v=kUtH0DDJorM), ,  maar jonge mensen zoals Bentinho Massaro hebben zo veel wijsheid te delen. Ik heb daar veel aan gehad.  Zoek hem ook eens op op YouTube,  als wat ik schrijf je aanspreekt.  En ook. Zou je niets kijken en alleen mijn woorden lezen, laat me je dan nogmaals vertellen hoe mooi en eindeloos stralend en prachtig je bent. Van binnen en van buiten. Als mens, als ziel. En ik hoop dat je dat weet. Weet je, en ook de pestkoppen met hun domme gedrag zijn zulke stralende wezens. En ook zij zijn totaal vergeten wie ze werkelijk zijn. Maar ik hoop dat iig jij het je herinnert.  Zodat jij een baken van licht kunt zijn voor al die mensen die vergeten zijn wie ze werkelijk zijn. De wereld heeft jonge mensen nodig zoals jij die hun stem kunnen en durven te laten horen en die welbespraakt genoeg zijn om gehoord te worden. Ik hoop dat je je blog voort zet en zo een baken van troost, hoop en licht kunt zijn. Ook voor al jouw leeftijdgenoten die in hetzelfde schuitje zitten. You are not alone!  Heel veel liefs van een medemens.  Xxx

Ze reageerde als volgt:

Wauw! Dit is zo’n geweldige reactie! Ik kan eigenlijk niets anders zeggen dan dat ik het er volledig mee eens ben: alle mensen zijn inderdaad die stralende wezens. Sommigen zijn het gewoon vergeten. Geweldig om dit te lezen. Super bedankt!

Ik wens iedereen die ooit met pesten en treiteren te maken heeft gehad of nu daarmee te maken heeft heel veel liefs. Zoek hulp en blijf in contact met je familie. YOU ARE LOVED!

Liefs, Tanja


Deel deze post met je vrienden:

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Deel 46: Blonde krullen

Deel 46: Blonde krullen

Ben je nieuw? Begin dan bij het ijzingewekkende deel 1 HIER.

 

Deel 46: Blonde krullen

De laatste treden van de zoldertrap neem ik met ingehouden adem, terwijl ik naar het echtelijk bed blijf kijken. Door de schrik is mijn bloeddruk waarschijnlijk zo gezakt dat de duizelingen die ik voel ervoor zorgen dat ik de trap leuning stevig vast grijp bij elke stap die ik zet. Alsof het glanzende hout onder mijn hand me houvast gaat bieden voor iets wat ik niet onder ogen wil zien. Een onbekende kracht laat me het bed naderen en ik zie dat de vrouw op me lijkt. Ze heeft zelfs mijn nachthemd aan. Haar blonde krullen lijken ook op die van mij. Mijn slapende man ligt rustig en stil naast haar en ik begrijp er steeds minder van. Ik ben nog geen half uur geleden naast hem wakker geworden. Op deze plek waar nu mijn lookalike ligt. Ik sluit mijn ogen, maar ik blijf zien wat ik niet wil zien. Wat ik niet wil weten sijpelt langzaam mijn bewustzijn in. Ik voel tranen van een pure machteloosheid en diepe moedeloosheid opkomen, die erger is dan ik ooit ervaren heb. Dan hoor ik de nageltjes van Max de houten trap opkomen. Hij lijkt dwars door me heen te lopen als hij zijn weg baant naar het bed, waarna hij zich om het hoofd van de vreemde vrouw drapeert. Dat doet hij nooit. Bij niemand. Alleen bij mij. En als ik weer een stap dichter bij het bed doe moet ik de brute waarheid onder ogen zien. Ik wil het niet, maar het moet. En terwijl ik me realiseer dat ik naar mijn eigen slapende zelf in bed sta te kijken weet ik het zeker. Ik ben dood.

Hoe kan het anders dat ik naast mezelf sta? Hoe kan het dat ik zelf wakker ben en zij slaapt? Ben ik dat of is dat slechts mijn lichaam? Ik zie aan haar gezicht dat ze de Sylvia is uit 2014. Ze ziet er rijper uit en lijkt zo sereen in haar slaap. Zo bekend. En tevens zo bevreemdend. Ik ben het bed nu zo dichtbij genaderd dat ik haar zou kunnen aanraken. Maar ik durf het niet. Max is in slaap gevallen. Mijn aanwezigheid hier zo naast het bed wordt door niemand opgemerkt, net zoals mijn thuiskomen werd opgemerkt door mijn kinderen. Ik hef mijn hand op om de krullen aan te raken van het lichaam dat ik de mijne zou kunnen noemen en op de plek waar mijn opgerichte hand in de lucht hangt zie ik enkel mist. Er is geen hand, net zo min als er een arm is en als ik naar beneden kijk zie ik ook geen benen, voeten en lichaam. Ik ben verworden tot een stuk mistig bewustzijn en ineens wil ik niets liever dan terug in dat lichaam wat daar ligt. Ik heb de gedachte nog niet uitgesproken of ik lig op bed op de plek waar de vrouw ligt. Als ik mijn hoofd van het kussen optil kan ik het lijf zien waar ik in lig. Het voelt niet als mijn lichaam, terwijl ik ergens weet dat dit wel zo is. Maar als een rollende tsunami op een zonnig strand, komt de prangende vraag mijn bewustzijn in denderen, dat als ik mijn lichaam niet ben, wie ik dan wel ben? Ben ik dit mistige bewustzijn of ben ik het lichaam op het bed of beiden? Ik weet echter zeker dat ik het lichaam niet ben. En toch is daar de hartstochtelijke wens om mijn bewustzijn weer te laten versmelten met dit lijf dat mijn kinderen heeft gebaard, de liefde heeft bedreven met mijn man en mijn katten knuffelt. Ik wil weer terug in mijn bestaan van dit moment en ik vermoed dat ik niet anders kan dan mezelf ontspannen, hopende dat mijn ik zich weer samenvoegt met dat lichaam. “Alsjeblieft laat me straks wakker worden in dit lijf, in dit leven.” Bid ik tot een hogere voorziening waarvan ik hoop dat die me helpen kan. Maar ik voel me ondertussen volkomen desolaat, liggende op een plek waar ik me thuis zou moeten voelen. De werkelijkheid is echter anders. Ik ben een buitenstaander in mijn eigen leven. Als er weer een opgewelde traan langs mijn gezicht druppelt, kan ik niet anders dan me afvragen uit welk oog deze rolt. Ik weet het niet meer. Ik weet niks meer. Maar ik moet me vermannen. Ik kom geen steek verder met dat dramatische gedoe en die druppende tranen. “Denk, Syl. Denk na!” commandeer ik mezelf in stilte. Met mijn ogen gesloten lig ik stil op mijn rug en dwing mezelf weer in het gareel. Ik ben nu al zo ver gekomen dat ik in ieder geval weer terug ben in mijn eigen jaar, op mijn eigen tijdlijn en vlak bij mijn eigen lichaam. Het enige wat er nu nog moet gebeuren is dat mijn bewustzijn zich verbindt met dat lichaam wat hier ligt en waar ik weer zo dolgraag deel van uitmaak. Mijn gedachten schieten alle kanten op. Want wat gaat er gebeuren als de Sylvia uit 2014 wakker wordt en haar dag begint, mij hier achterlatend op bed? Wie ben ik dan nog? En ben ik wel de Sylvia uit 2014 of ben ik eigenlijk de Syl uit 1999 met het bewustzijn van deze Sylvia uit het heden? Ik heb haast geen tijd om duizelig te worden van mijn eigen hersenspinsels, omdat een wakker wordende Sasja mij doet opschrikken. Mij. Ik. Het schimmige Sylvia-bewustzijn dat ergens in een schaduwwereld is blijven hangen. Ik kijk naar Sasja die gapend wakker wordt, zich uitrekt en rijkt naar zijn mobiel en zich vervolgens omdraait om mij een kus te geven. De kus belandt naast me op de wang van de slapende Sylvia in het lichaam waar ik niet bij kan en een verstikkende jaloezie maakt zich van me meester. Ik heb niks gevoeld van zijn kus. Ik zou willen schreeuwen en gillen, hem willen omhelzen, mijn armen en benen om hem heen willen slaan. Ik wil zijn armen om me heen voelen, zijn gespierde lijf dicht tegen me aan. Ik wil dat hij zegt dat alles goed komt.

“Sasja, ik ben hier, hoor je me”, fluister ik, terwijl ik half overeind kom. Maar hij ziet mijn doorzichtige ik niet, noch kan hij mijn zachte stem, die vanuit een andere dimensie met hem probeert te communiceren, horen. “Sas!” Roep ik. Harder deze keer. Ik raak zijn wang aan met mijn hand. Ik kan zijn stoppelbaardje voelen en zijn zachte huid als ik mijn hand tegen zijn nek leg. Maar hij weet niets van mijn tedere aanrakingen.

“Syl?”, vraagt hij aan het slapende lichaam. “Syl, gaat het?” Ik blijf Sasja aankijken die op zijn beurt een steeds bezorgdere blik op zijn gezicht krijgt. Hij schudt zachtjes aan het lichaam. “Syl, wordt eens wakker. Syl?” Dan gaat Sasja op zijn knieën zitten tegen het lichaam aan. Hij legt zijn handen op de schouders van het lijf. “Sylvia, nu wakker worden hoor!” Hij zet zijn woorden kracht bij door aan haar te schudden. Ik besluit om naast het bed te gaan staan om zo goed zicht te hebben op hetgeen zich hier afspeelt. Wat ik zie geeft me een onbestendig gevoel. Het Sylvia-lichaam ligt doodstil op bed. Ondanks het gerammel van Sasja, wordt ze niet wakker. Dan buigt Sasja over haar heen en legt zijn wang op haar mond. Dan komt hij weer overeind.

“O shit”. Fluister ik. Onhoorbaar voor Sasja. “O shit, shitterdeshit. Ik ben dood. Ik ben gewoon dood. Mijn lijf is doodgegaan! Hoe kom ik nou ooit terug bij mijn kindjes? Jezus, zie je wel dat ik dood ben.” Ik adem zwaar en blijf kijken naar mijn man die het lijf van zijn overleden geliefde bekijkt. Dan grijpt hij abrupt zijn mobieltje van achter hem en toetst wat in. Een telefoonnummer. Hij houdt het toestel bij zijn oor.

“Ik heb een ambulance nodig.” Hoor ik hem zeggen, terwijl hij nog steeds in alleen zijn boxershort op zijn knieën zit naast het lijk. “Mijn vrouw. Ze is bewusteloos.” Roept hij met paniek in zijn stem tegen de persoon aan de andere kant van de lijn. Hij heeft de arm van het lichaam gepakt en laat deze weer op het bed vallen als een lappenpop.<

“Ja, ze ademt nog wel, maar ze wil niet wakker worden en is helemaal slap.” Sasja luistert even naar zijn telefoon en gaat dan verder.“Verder helemaal gezond. Nee, ze slikt geen medicijnen en heeft gisteravond ook niets gedronken.” Dan is hij weer even stil en dreunt dan ons adres op.“Jullie moeten snel komen, want het gaat niet goed met haar!” Schreeuwt hij haast in de telefoon. “O wacht… wacht even.” Zegt hij dan. Vervolgens wordt alles zwart.

 

Lees HIER het volgende deel >>>

Copyright © 2017 Tanja Ortmans

Disclaimer: Elke overeenkomst met bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.

Photo credits Creative Commons: Photo ‘Blonde curls hid her devil horns’ by Swirlingthoughts (Flickr), edited by Tanja


Deel deze post met je vrienden:

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Deel 45: Ongezien

Deel 45: Ongezien

Ik hou mijn adem in, mijn mond iets geopend van de schrik, doodstil liggend op mijn rug. Ik durf me haast niet te bewegen, bang dat datgene wat ik zie ineens zal verdwijnen. Het ochtendlicht straalt door mijn slaapkamerraam. Mijn eigen vertrouwde slaapkamerraam en alles wat ik anderhalve dag geleden ongewild achterliet, lijkt nog precies zo te zijn als het was. Ik ben weer thuis! Heel voorzichtig draai ik mijn hoofd naar rechts. Op het melkwitte kussensloop dat om het donzen kussen zit, aanschouw ik het slapende gezicht van mijn geliefde. Zijn blote borst kan ik rustig op en neer zien gaan, omdat het dekbed iets van hem is afgegleden. Ook mijn siamezen Lodewijk en Max liggen te slapen op een bekende plekje tussen onze kussens in. Ze merken niet dat ik wakker ben geworden.

Ik voel de tranen van blijdschap prikken in mijn ogen. Ik kan het bijna niet geloven. Mijn avontuur is over en ik ben weer terug in mijn eigen eeuw. Het is dat ik er zo met mijn volle verstand ben bij geweest, anders had ik absoluut gedacht dat ik alles bij elkaar had gedroomd. Een traan loopt kalm over mijn linkerwang en drupt op mijn kussen. Als ik vervolgens mijn hoofd naar links draai om op mijn wekker te kijken, geeft deze door mijn betraande oog aan dat het bijna half acht is. Ik heb geen idee welke dag het is, maar het zou zo maar kunnen dat mijn kinderen naar school moeten. Mijn kindjes! Zouden ze hier ook zijn? Na alles wat ik heb meegemaakt weet ik dat ik alles wel kan verwachten en besluit zachtjes naar de eerste verdieping te lopen om te kijken of ze er überhaupt zijn. Je weet nooit of ze halverwege de nacht zijn opgeslokt door een zwart gat dat uit de kleding kast is gekomen, nietwaar? Mijn moederhart begint wild te kloppen als ik aan mijn kinderen denk. Ik wil ze nu zien. Meteen.

Ik zwaai mijn benen over de rand van mijn bed en ga staan. Het voelt normaal. Het zachte kleedje dat op de houten vloer ligt voelt precies zoals het moet voelen onder mijn blote voeten. Max komt luid miauwend achter me aan als ik van het bed weg loop en hij blijft me als ik bij de zoldertrap kom heel vreemd aankijken. Zou hij weten dat ik weg ben geweest? Voorzichtig loop ik van de zolder naar beneden. Op de eerste verdieping van onze doodnormale vijfentwintig jaar oude tussenwoning liggen de kamers van Sterre en Viggo, alsmede de badkamer en een tweede toilet. Van het derde en kleinste kamertje heb ik een praktijkruimte gemaakt waar ik Hypnotherapie sessies geef aan mijn klanten. We hebben ook een grote zolder en zodoende hebben Sasja en ik indertijd besloten om hier een ruime werk- en slaapkamer van te maken. Het grote L-vormige bureau van mijn man staat onder de dakkapel en hier werkt hij vaak uren achter zijn laptop. Hij bouwt websites voor coaches en therapeuten, yoga scholen en andere kleine ondernemers. Vol trots mag ik altijd vertellen dat hij ook mijn website heeft gemaakt als mensen mij erover complimenteren. En dan te bedenken dat ik zojuist nog in de andere eeuw bivakkeerde op een plek waar het Internet nog in de kinderschoenen stond.

De kamer die het dichtst bij de trap is, is van Viggo en ik kijk voorzichtig langs de half geopende deur. Ook hij ligt nog in diepe rust onder zijn Star Wars dekbed waarop een Yoda mij met grote ogen wijs aan kijkt. “Mijn kind. Mijn oudste kind”. Een warm gevoel van rauwe, onvoorwaardelijke moederliefde lijkt mijn hart te doen ontploffen. Ik glimlach en sluit de deur tot hij nog maar op een kiertje staat. Max vindt het fijn om de kamer van Viggo in te kunnen sluipen en zo nog even een paar uurtjes slaap mee te kunnen pakken in het warme bed van mijn zoon.

Naast Viggo’s kamer is die van Sterre en vanuit haar kamer zie ik het roze schijnsel komen van de lichtjesslinger die rondom haar klamboe hangt, haar kamer oplichtend als een vrolijk peperkoekhuisje in kerststemming. Het borstkasje van mijn blonde dochtertje zie ik rustig op en neer gaan en haar gezichtje ziet er oneindig lief en engelachtig uit. Ik voel weer een brok in mijn keel opkomen. De blijdschap van mijn terugkeer is haast  overweldigend maar in plaats van mijn kinderen te wekken om ze stevig te knuffelen, besluit ik rustig naar beneden te lopen om mijn avonturen te overdenken in mijn hoekje op de bank. Even eigen space om mijn gedachten te ordenen kan ik wel gebruiken nu. Als ik beneden kom, loop ik door de geopende tussendoor naar de woonkamer en nestel me op de bank. Max trippelt achter me aan en vanuit de andere hoek van de kamer kijkt hij me sluiks aan. “Kom dan jongen. Lieverd, kom lekker bij me zitten?” Moedig ik de siamees aan. Voetje voor voetje sluipt hij dichterbij om dan op de armleuning van de andere bank plaats te nemen. Zijn diepblauwe ogen kijken me nieuwsgierig aan. Ik weet gewoon dat die kat iets weet. Maar wat het is kan hij me niet vertellen.

Ik neem de tijd om alles op mijn gemak te bekijken. Max geeft niet aan dat hij gevoederd wil worden, dus ik kan even blijven zitten. Ik zucht eens diep in en uit en probeer zo de bijzondere reis die ik heb gemaakt te laten bezinken in mijn systeem. Ik weet dat ik dit voor altijd bij me zal dragen, maar mocht het ooit nog een keer gebeuren dat ik terecht kom in een andere tijd, in een parallelle wereld of op een andere bizarre plek, ik er een stuk rustiger onder ben, wetende dat alles uiteindelijk weer op zijn pootjes terecht komt. Hier hoor ik uiteindelijk thuis. Jammer genoeg zal ik waarschijnlijk nooit precies weten hoe dit allemaal heeft kunnen gebeuren. Mits ik natuurlijk zo op mijn mobiel ga kijken om er achter te komen welk YouTube filmpje ik nou exact gekeken heb eergisteravond. Mijn mobiel ligt nog op mijn nachtkastje, realiseer ik me. Maar net als ik wil opstaan om deze boven te gaan halen, hoor ik gestommel. Ik spits mijn oren en aan de zwaarte van de voetstappen te horen is Viggo wakker geworden. Een tel later hoor ik dat de toilet boven kort wordt doorgespoeld. “Ja dit is Viggo”, fluister ik. Hij is namelijk degene die de spoelknop altijd kort indrukt, zodat de rest van het huis niet wakker wordt van de herrie. Zijn voetstappen op de trap klinken me als muziek in de oren. En zodra hij de deur uit komt en ik hem in zijn zachte huispak binnen zie komen, loopt mijn hart weer over van liefde. Mijn mooie, lieve, oudste kind. “Goeiemorgen schatteboutje van me, heb je lekker geslapen?” Roep ik vrolijk uit. Maar Viggo geeft geen kick. Hij loopt stug door naar de grote rieten leunstoel, schuift deze voor de televisie, knipt de Xbox aan en gaat zitten. Ik zie alleen een plukje donkerblond haar boven de leuning van de stoel uit komen. “Nou moe”, denk ik perplex. “Wat is er me dat kind aan de hand?” Ik probeer me te bedenken waarom hij boos op me zou kunnen zijn, maar dan weet ik het ineens. Ik zie het als een helder schijnsel voor me, alsof het op de muur geprojecteerd wordt door een beamer. Terwijl ik weg was en allerlei avonturen heb beleefd in de vorige eeuw, heeft er natuurlijk iemand anders mijn lijf hier overgenomen. Geen idee wat dat wezen in mijn lichaam allemaal heeft uitgespookt. Misschien ben ik voor mijn kinderen wel de meest vreselijke moeder op aarde geweest. Ik kijk opzij naar mijn kater die me nog steeds vreemd aankijkt. Het ochtendlicht van buiten kaatst met zijn ogen een aqua blauw universum van eindeloosheid terug. En misschien ben ik voor hem ook wel een onbekend wezen geweest met rare neigingen. In dat opzicht zou het niet vreemd zijn als hij zo zijn bedenkingen bij mij heeft. En mijn kind ook. Opnieuw doet gestommel van boven mij ontwaken uit mijn overpeinzingen. “Sterre is wakker”, merk ik op. “Hoe zou zij me benaderen?” Vraag ik me stilletjes af. Ik zal dit zo dadelijk aan de ontbijt tafel toch even moeten aankaarten. Onenigheid en onbegrip is meestal een gevolg van miscommunicatie en als vreemde wezens moederlijven die terug zijn gestuurd in de tijd gaan overnemen, dan zou er nog wel eens sprake kunnen zijn van wat verkeerd gecommuniceer in de tussentijd. Als ik Sterre begroet met een vrolijk ‘Goedemorgen’ en ook mijn dochter op de bank gaat zitten met haar Geronimo Stilton boek, ondertussen mij volkomen negerend, overvalt me een enorme moedeloosheid. Dit zou nog wel eens een lange ochtend kunnen worden. Max is ondertussen van de bank gesprongen en slingert zich om de benen van Sterre. “Heb je honger lief kattenbeest?” Vraagt ze vriendelijk en aait hem over zijn zwart-bruin gestreepte kopje.

“Mauw”, zegt Max terug en trippelt een stukje richting de keuken. Ik weet dat Sterre soms de katten wat te eten geeft als ik nog slaap en Max en Lodewijk weten dat ook. Zodra Sterre in de keuken met het kattenbordje en een vorkje aan het rommelen is, komt ook Lodewijk van boven gesneld, wakker geworden door het veelbelovende geluid van voedsel. Vol verbazing bekijk ik het tafereel. Niet alleen word ik volkomen genegeerd door mijn twee kinderen, ook mijn taken als moeder en kattenvrouwtje worden terzijde geschoven. Ik voel een drukkend gevoel opkomen dat als een benauwde kraag mijn borstkas omvat.

“Och, hebben jullie zo’n honger, lieffies? Ligt het vrouwtje nog te slapen?” Zegt Sterre sussend, terwijl ze het bordje met brokjes voor hun neuzen zet. Terwijl de katten zich op hun ontbijt storten is bij mij het drukkende gevoel zo enorm geworden dat ik bijna geen lucht meer krijg. De adem wordt me ontnomen als ik me realiseer dat Sterre denkt dat ik nog slaap. Hoe dat kan is me een raadsel, want ik sta hier en praat met ze.

“Ik slaap niet, jongens. Ik ben toch hier! Hallo!!” Roep ik uit. Ik loop naar de keuken en ga recht voor Sterre staan. Alleen Max kijkt op van zijn bordje om me kort aan te kijken. “Gelukkig iemand die me opmerkt in dit huis”, grom ik. Sterre loopt zonder mij aan te kijken zo de keuken uit, mij totaal verbouwereerd achter latend. “Ze zien me niet. Ze zien me niet.” Herhaal ik mezelf, alsof ik de ernst van de situatie moet bevestigen om het te geloven. Ik wil het niet geloven en loop snel naar boven voor een gesprek met mijn echtgenoot. Hij heeft ongetwijfeld een antwoord op al mijn vragen over wat er is voorgevallen de afgelopen etmalen in mijn onbekende leven uit 2014. Het enige dat ik hoop is dat hij me ziet en niet negeert zoals mijn kinderen. Maar zodra ik de zoldertrap op kom en mijn echtelijk tweepersoonsbed zie, lijkt het bloed in mijn aderen te bevriezen. Sasja ligt niet alleen in bed. Naast hem ligt een vreemde vrouw.

 

Copyright © 2017 Tanja Ortmans

Disclaimer: Elke overeenkomst met bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.

Photo credits: Eigen foto, Agile 2012


Deel deze post met je vrienden:

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Deel 44: De astrale reis

Deel 44: De astrale reis

De onmetelijke kracht waarmee ik naar voren wordt gezogen is onbeschrijfelijk. Vlak voordat je vliegtuig opstijgt, de motoren accelereren en je met vliegtuig en al naar voren giert, of in een achtbaan met duizelingwekkende snelheid de afgrond in duikt. Die ervaringen verbleken bij de snelheid waarmee ik word voortbewogen. Alles gaat zo ontzettend snel dat ik geen tijd heb om na te denken en alleen maar vol ontzag oog kan hebben voor wat er gebeurt. Ik ben in iets terecht gekomen wat ik alleen maar kan omschrijven als een soort tunnel waarin ik met warpspeed, sneller dan het licht vooruit wordt gezogen. Ik zou verschrikkelijk bang kunnen zijn geweest, ware het niet dat de tunnel er zo bijzonder uit ziet dat ik alleen maar met stomme verbazing voor me uit kan kijken, reizende door het universum, sneller dan ik denken kan. De tunnel voor mij laat zich zien als een prachtige caleidoscoop die zich vormt in een adembenemend mozaïek van witte en blauwe steentjes. Op deze achtergrond worden met een enorme snelheid grappige plaatjes getoond. Allemaal in cartoon stijl; een televisie, een stripfiguur, getekende dieren, een clownshoofd… Alles in deze ervaring lijkt zijn best te doen mijn angst weg te nemen, mij slechts in een staat van absolute verwondering te laten zijn. Ook al weet ik dat mijn fysieke lichaam rustig in bed ligt, zo voelt het niet. De buitenaardse krachten die mijn astrale lichaam vooruit stuwen zijn echt en worden volledig in al zijn echtheid ervaren en het is nog duizend keer meer overdonderend dan de heftigste attractie waar ik ooit heb ingezeten. Ik zou ook niet bang kunnen zijn, omdat ik niet alleen ben. Hoewel ik niets dan de tunnel en zijn plaatjes zie, voel ik de liefdevolle aanwezigheid van wezens om mij heen. Hun persoonlijkheid voelt vertrouwd aan. Ze zijn grappig en proberen me op mijn gemak te stellen door mij deze ervaring op deze manier te geven. Ze zijn met zijn velen en ik voel hun positieve energie om en in de tunnel waar ik doorheen suis. Tussen de caleidoscoop van zintuigelijke prikkels ontstaat dan ineens vlak voor mijn ogen een gezicht. Het vriendelijke gezicht geeft licht en hoewel menselijk in karakter, weet ik dat het niet van de aarde is.

“Ik ben Reva”, hoor ik haar in gedachten zeggen. Ze spreekt niet hardop, maar haar woorden bereiken mij als het ware via onze gedachten. Ik beweeg nog steeds met warp snelheid door de tekenfilmtunnel en staar in ongeloof naar het liefdevolle wezen dat zich ‘Reva’ noemt. “Ik ben jouw begeleider.” Zegt ze daarna en haar woorden bereiken mij weer via mijn hoofd. Ik staar haar aan, niet wetende wat te zeggen. “Is dit mijn gids? Is dit wat ze probeert te zeggen? Of is dit simpelweg mijn begeleider op deze absurde reis?” De vragen schieten door mijn hoofd. Het wezen dat zich aan mij toont met alleen haar gezicht blijft vriendelijk glimlachen. Ik hoor geen woorden, wat ik voel is slechts een weten dat deze mooie energie mijn persoonlijke gids is in dit leven. Ik voel een onbeschrijfelijke warmte door mij heen gaan. Een blijdschap die zijn weerga niet kent. En dan ineens, is ze weg en maakt haar hoofd weer plaats voor allerlei figuurtjes.

Net zo plotseling als ik begon met mijn reis sneller dan het licht, kom ik ook weer volledig tot stilstand. De tunnel is weg, de plaatjes zijn totaal verdwenen en ik kan de wezens niet meer voelen. Zelfs Reva is er niet meer. Ik ben zo te zien aangekomen in een wereld die de mijne niet is. Waar de lucht groenig is in plaats van blauw en de natuur zich aan mij toont met een bevreemdende maar buitengewone schoonheid. En toch is alles normaal en vertrouwd. Ik ben helemaal alleen en hoewel ik niemand zie, is het duidelijk aan de aparte bouwwerken dat deze plek bewoond is. “Ik ben op een andere planeet”, schiet het met volledige zekerheid door mij heen. Veel tijd om rond te kijken of erover na te denken heb ik niet, want ik word vrijwel meteen de mozaïek tunnel weer in gezogen. En hier voel ik ook de wezens weer. Het maakt me blij. Hoewel ik me in de korte tijd op de vreemde wereld geen moment eenzaam heb gevoeld, ben ik dankbaar met hun liefdevolle aanwezigheid tijdens mijn duizelingwekkende warp trip.

Na wat een eindeloze reis lijkt, eindigt mijn buitenlichamelijke avontuur net zo plotseling als het begon en voel ik hoe ik weer in mijn bed lig. Met mijn ogen dicht, plat op mijn rug hijg ik na. Ik heb geen idee hoe lang dit heeft geduurd. Alle vibraties zijn volledig verdwenen en alles wat ik nu voel is de zachtheid en rust van mijn omgeving. En mijn lichaam. Want ik weet zeker dat ik weer terug gevallen ben in mijn tastbare lichaam. Ik hoor ook geen geluiden meer. Het lawaai van de vibraties is weg, het geroezemoes om mij heen is gestopt en het enige wat ik hoor is het suizen van bloed in mijn oren. Alle andere omgevingsgeluiden van mijn aardse bestaan worden gefilterd door de oordopjes die ik in heb. Ik hou mijn ogen dicht en blijf zo stil mogelijk liggen in de hoop dat de vibraties weer beginnen. Zo’n ervaring wil ik best nog een keer hebben! Ergens had ik verwacht dat mijn eerste buitenlichamelijke ervaring net als die van Robert Monroe een rustige ontdekkingstocht zou worden in een voor mij bekende omgeving. Niet dat ik erg veel zin had om nader kennis te maken met de spinnen tussen de vloer, maar een beetje door het huis spoken en op een wat kalmere manier kennis maken met de astrale wereld was wellicht beter geweest. Blijkbaar lag er echter iets anders voor mij in het verschiet. Iets wat veruit ongelooflijker en onwaarschijnlijker is dan wat ik ooit zou kunnen navertellen. Maar ik was erbij en ik heb deze waarachtig gebeurtenis met mijn volledige aandacht en bewustzijn mogen meemaken.

Terwijl ik op mijn rug lig probeer ik terug te halen en vast te houden wat er gebeurd is. De plaatjes die ik heb gezien waren ontelbaar en de aanwezigheid van wezens die heel prettig aanvoelden waren onbeschrijfelijk mooi. De liefde die zij uitstraalden was van een onmetelijkere en oneindigere aard dan iets wat ik ooit in mijn leven heb mogen ervaren. Het enige wat in mij opspringt is de term ‘onvoorwaardelijke liefde’.

Nog nagenietend kom ik tot het besef dat het al best heel licht is achter mijn gesloten oogleden wat mij doet vermoeden dat mijn avontuur veel langer heeft geduurd dan ik mij heb gerealiseerd. Ik besluit mijn ogen te openen, maar niets had me kunnen voorbereiden op de schok die ik ervaar als ik zie waar ik ben terecht gekomen.

 

Lees HIER het volgende deel >>>

Copyright © 2016 Tanja Ortmans

Disclaimer: Elke overeenkomst met bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen -in leven of overleden-, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.

Photo credits Creative Commons: Photo ‘Frosted Tree Caleidoscope 093336’ by Lucy Nieto (Flickr)


Deel deze post met je vrienden:

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail